Volksvermaak

In mijn tienerjaren heb ik eens Carnaval gevierd in Eindhoven. Ik had verkering met een jongen die daar vandaan kwam en uit solidariteit voor zijn, in mijn ogen zeer achtergestelde, cultuur heb ik me laten meevoeren naar het PSV stadion voor de meest ontluisterende ervaring van mijn leven. Dreunende hoempapa-muziek, hossende volwassenen in idiote kostuums en waterig evenementenbier uit plastic glazen. Toen er een dronken man in een luier die, oordelend naar zijn grijze baard, Abraham al lang gezien had, lallend kwam vragen waarom ik niet meeliep in de polonaise, heb ik het uitgemaakt met mijn vriendje. Vier jaar vaste verkering of niet, tegen dit soort taferelen was zelfs ware liefde niet bestand. Eindhoven mag dan te boek staan als een stad, wat mij betreft was het duidelijk: buiten Amsterdam is de bevolking zwaar onderontwikkeld.

In de jaren daarna heb ik mij steeds vaker buiten Amsterdam vervoegd en ben dientengevolge tot de conclusie gekomen dat dergelijk vermaak gemeengoed is buiten de randstad. Zeker nadat ik vier jaar gestudeerd had in Zwolle en daar dus een aanzienlijke vriendenkring van mensen uit kleine dorpen had opgebouwd, bleek dat de ‘kermis’ een jaarlijks terugkerend fenomeen is, waar menig dorpsbewoner het hele jaar reikhalzend naar uitkijkt. ‘Kermis’ is eigenlijk gewoon hetzelfde als Carnaval: ongegeneerd met een boerenkiel aan en een trog bier in je hand rondspringen onder een paar partytenten op het dorpsplein. Als welopgevoed stadsmeisje ben ik zulks niet gewend. In Amsterdam heb je zomers de Uitmarkt, waar je je dan onder het genot van een glaasje wijn kunt laven aan een voorproefje van het nieuwe culturele seizoen. Of het Prinsengrachtconcert, waarbij je langs de kade luistert naar prachtige klassieke stukken. En natuurlijk De Parade, hét theaterfestival voor de artistieke liefhebber. Dan is het best even slikken als je opeens moet hossen tussen de koeien.

Volksfeest_1Nu, bijna 20 jaar na mijn kermis-ontgroening in het Brabantse, lijkt het erop dat ik die boerenkiel beter niet in Eindhoven had kunnen achterlaten. Het is namelijk ‘Volksfeest’ in het naburige dorp. Al weken staan er overal in de regio manshoge borden met aanplakbiljetten. ‘Vier dagen lang zuipen en hossen’ staat er in grote letters op. Nou ja, niet letterlijk natuurlijk, maar dat is wel de verborgen boodschap. Alleen de naam al roept bij mij aanzienlijke weerstand op. Volksfeest. Alsof je in de middeleeuwen bij Gods gratie één keer per jaar met het gepeupel bij elkaar mag komen op het dorpsplein om, onder toezicht van de regerende kasteelheer, een zwijn te braden en de horlepiep te dansen. Ik geloof niet dat ik mijzelf onder ‘het volk’ wil scharen. Dat zal wel heel erg elitair zijn, maar ik blijf nou eenmaal een stadse snob. Ik wil niet hossen. Ik wil Mozart en Sauvignon Blanc.

Gisteren ging ik voor het eerst naar de kapper in het dorp. “Nou, het is bijna zover, hè!” kwetterde de kapster terwijl ik plaatsnam in de stoel. Toen ik haar via de spiegel schaapachtig aanstaarde, riep ze verontwaardigd: “De kermis! Jij bent zeker niet van hier dan?”. Toen ik hooghartig meedeelde dat ik uit Amsterdam kom en dat wij daar niet aan zoiets banaals als ‘kermis’ doen, zette ze meewarig hoofdschuddend de schaar in mijn haar. In rap tempo vielen de lokken langs mijn gezicht naar beneden. Paniekerig realiseerde ik me dat een Achterhoekse kapster beledigen op haar eigen territorium waarschijnlijk niet de meest verstandige zet was. Zeker niet aangezien de kapsalon uitkeek op het dorpsplein, waar een peloton dorpelingen driftig bezig was alles van vlaggetjes te voorzien.

Volksfeest_2Het Volksfeest is groter dan Kerstmis. Alles ligt stil. Parkeren en boodschappen doen kan niet meer, want alles is afgezet of gewoon gesloten. Normaliter kun je hier op zondag boodschappen doen, wat best progressief is voor een klein Christelijk dorp, maar dit weekend valt er nergens een droge boterham te krijgen. God heeft het nakijken op zijn eigen rustdag, maar voor een litertje lauw bier lassen de Achterhoekers graag de zondagsrust in. Ik lust geen bier, maar ik vrees dat we één dezer dagen toch ons gezicht moeten laten zien in het feestgedruis. Als we niet gaan, denk ik dat we voorgoed geëxcommuniceerd worden. En ik moet toch érgens mijn haar laten knippen. Misschien als ik eerst thuis indrink, dat het hossen dan makkelijker gaat.

Vanmiddag is het feest losgebarsten. Af en toe dreunen de hertjes in de tuin gestaag mee met de hoempapageluiden in de verte. Ik verwacht de dronken boeren ieder moment in het koolzaadveld. Ik heb geprobeerd moed te verzamelen, maar mijn Eindhovens Carnavals-trauma is te groot. Manliefs boerenkiel ligt dus gestreken klaar. Hij mag dit keer de honneurs waarnemen. Ik hoop maar dat de mannen op leeftijd in luiers hem bespaard blijven. De Sauvignon Blanc staat in ieder geval klaar om zijn leed te verzachten.

Share

1 Comment on Volksvermaak

  1. Maris Maria Renne
    15 augustus 2014 at 10:25 (3 jaar ago)

    Ik heb hardop gelachen ^_^
    12 jaar geleden ben ik Breda ontvlucht en in Haarlem gaan settelen. Nou is Breda geen boerendorp overigens, maar tijdens Carnaval dook ik altijd een week elders onder of bleef ik in bed liggen. Mijn partner en kind (rasechte Randstadters) spreken wel eens hun nieuwsgierigheid uit naar dit fenomeen, want: ‘Het lijkt ons zo leuk om eens mee te maken!’
    Ik probeer het zo lang mogelijk uit te stellen, maar vrees dat ik er toch een keer aan moet geloven en mee moet om te vertalen en nazorg te bieden.

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *