Niet jouw pakkie-an? Was het maar waar…

Op 9 november 2016 stond ik ‘s ochtends op in een wereld die een hele andere was dan toen ik de avond ervoor naar bed ging. Een wereld waarin het opeens mogelijk is dat een criminele, rascistische vrouwenverkrachter een hoofdrol speelt op het wereldtoneel. De hele dag (en nu nog steeds) ben ik met stomheid geslagen geweest. En heb ik het gevoel dat ik iets moet doen, dit niet zomaar over mijn kant kan laten gaan. Dat wij, als mensen, als wereldbevolking, dit niet zomaar kunnen accepteren. Gelukkig zijn er velen met mij die er net zo over denken. Maar, velen ook niet. En daar zakt mijn broek dus echt van af.

‘Het heeft geen zin om je druk te maken over iets waar je toch niets aan kunt veranderen’ hoor ik van verschillende kanten. Want: ‘Niet mijn pakkie-an’. En dan denk ik: dit is dus waarom de hele wereld naar de verdommenis gaat. Als we zo’n houding aannemen, onze schouders ophalen als er een gevaarlijke gek de wereld gaat leiden, niet verder willen kijken dan onze eigen voortuin, dan verandert er inderdaad helemaal niks. En het allerergste is nog dat het ook vrouwen zijn waarvan ik dergelijke dingen hoor. Vrouwen, die, juist nu, en masse zouden moeten opstaan en zeggen dat we dit niet accepteren. Dat we ons dus níet 80 jaar terug in de tijd laten werpen door een vent die ons ziet als slechts gebruiksvoorwerpen. Hier hebben onze moeders en wijzelf niet al die jaren voor gestreden. Om alle verworvenheden die we nu eindelijk hebben ons in één klap af te laten pakken door een angry white male die gouden fallusvormige torens voor zichzelf laat bouwen. Want dan heeft hij ons inderdaad behoorlijk ‘by the pussy’ gegrepen.

Als vrouw, als moeder als je dat bent, vind ik dat je nu de plicht hebt om op te staan en heel duidelijk te maken dat je dit niet accepteert. Dat je je niet wéér weg laat drukken in een hoekje, je de mond laat snoeren, je laat behandelen als tweederangs mens, alleen maar omdat je toevallig niks tussen je benen hebt hangen. Doe je dat niet dan sta je dus toe dat mannen zoals Donald Trump de wereld op ons terugveroveren, dat zij onze kinderen leren dat het geoorloofd is om verschil te maken tussen mensen. Want vergis je niet, wat er gebeurt buiten jouw coconnetje, heeft wel degelijk invloed op hoe je kinderen straks in het leven staan. Accepteer, of gedoog je dit soort dingen, dan accepteer je ook dat onze kinderen zien dat het dus blijkbaar normaal is om rascistisch en seksistisch te zijn. Sterker nog: dat het loont. Not your business? Sorry, maar je bent toch deel van deze wereld? En wie denkt dat het Amerikaanse circus en haar megalomane zakenpresident geen invloed heeft op ons, moet zich echt eens heel hard achter de oren krabben.

Het establishment moet omver geworpen worden. Dat hoor ik ook veel om me heen. En daar zit zeker wat in. Maar: het doel heiligt niet altijd de middelen. Het kan gewoon niet zo zijn dat we iemand in het Witte Huis zetten die vrouwen verkracht, homo’s, immigranten en gehandicapten haat en muren wil bouwen om mensen buiten te houden. Dat er dingen moeten veranderen: ja. Dat de politici uit hun ivoren torens moeten komen en beter moeten luisteren naar wat er om hen heen gebeurt: ja. Maar we hoeven niet over lijken te gaan om dat voor elkaar te krijgen. Want echt: no greater cause éver justifies Donald Trump.

Nu al, nu het stof van Election Day nog maar net is neergedaald, horen we al de matigende, vergoelijkende geluiden: de soep zal niet zo heet gegeten worden, hij zal wel inbinden, misschien valt het mee. Ja, inderdaad, misschien. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. The damage is already done. Dit had in beginsel nooit mogen gebeuren. Donald Trump had niet eens campagne mogen voeren. Dat die muur er natuurlijk nooit zal komen en dat Hillary uiteraard niet in de bak verdwijnt, dat staat buiten kijf. Want dat is slechts bombastische verkiezingsretoriek van een blaaskaak met een veel te hoog testosterongehalte. Maar daar gaat het niet eens om. Het is wél gezegd, de wereld ingeslingerd, for all to see and hear. En vergis je niet in de gevolgen die dat heeft. Voor ons nu, maar meer nog voor de opgroeiende generatie, die nu hiermee groot moet worden. En aan wie wij het als weldenkende volwassenen, opvoeders, en moreel begeleiders verplicht zijn om ze iets beters te geven.

Ja, Donald Trump is democratisch gekozen door het Amerikaanse volk. Dus ja, we zullen het ermee moeten doen. For now. Maar dat betekent niet dat we ons er niet tegen kunnen en móeten verzetten. Al is het maar door je er tegen uit te spreken. Want elk protestgeluid, elke stem, is er eentje. En met lethargie en schoorvoetende acceptatie bereiken we namelijk in ieder gevál niks. Dus, people, en vooral ook, women of the world, rise up now and claim what is rightfully yours. Namelijk: vrijheid, gelijkheid, respect. Voor onszelf, maar vooral ook: voor de wereld. Want die heeft het heel hard nodig.

Share

Beter laat dan nooit

Ik ben altijd op tijd. Vraag het aan vrienden of collega’s van me en die zullen het beamen: Vala is stipt tot en met. Nog liever eet ik mijn eigen schoenen op dan dat ik te laat kom. Sterker nog, ik ben zelfs altijd te vroeg. Eén van mijn betere eigenschappen, al zeg ik het zelf. Het is daarom dan ook zeer spijtig dat deze kwaliteit een generatie lijkt te hebben overgeslagen. Mijn Terroristen hebben vele mooie dingen van mij geërfd, maar punctualiteit is er niet één van. Ik had gehoopt dat drie keer scheepsrecht was geweest, maar ook dit keer heeft het niet zo mogen zijn. Vandaag ben ik 40 weken zwanger. Maar ook mijn derde Terrorist houdt zich niet aan de afspraak.

Zijn/haar grote broer en zus hadden ook maling aan hun deadline. Al twee keer eerder bleef het op de uitgerekende datum angstvallig stil. Terwijl ik hoopvol onder mijn rokje zat te gluren, bleven beide spruiten ijzerenheinig zitten waar ze zaten. Liters tonic, ettelijke ananasharten en vele voetreflexmassages zijn er aan te pas gekomen, maar helaas mocht het allemaal niet baten. Uiteindelijk moesten beide kinderen met geweld en verscheidene vormen van narcotica worden uitgerookt. Ik weet niet welke ooievaar er aan mijn adres gekoppeld is, maar ook dit keer lijkt hij weer zijn GPS verkeerd te hebben ingesteld (het is natuurlijk ook wel lastig, met al die adreswijzigingen van San Francisco, naar de Achterhoek, naar Utrecht, maar hallo, Google Maps is er tenslotte niet voor niets…).

Nou is het al niet leuk als iemand je laat wachten, maar wat al die laatkomerij dit keer extra vervelend maakt, is dat ik schijnbaar de grootste baby ter wereld met me mee zeul. Althans, dat is mij door verscheidene echo’s en medisch personeel verteld. Ja, ik heb een gevalletje Hollands Glorie onder mijn huid zitten en hoewel iedereen natuurlijk houdt van een lekkere bolle spekbaby, begin ik me toch wel enigszins zorgen te maken over de exitstrategie van mijn derde telg. Zelf ben ik namelijk niet zo uit de kluiten gewassen en dus rijst bij mij de vraag hoe ik al die welvaart straks zonder kleerscheuren in vredesnaam nog de wereld in geperst krijg, als hij/zij niet snel besluit het pand te willen verlaten. Want het is natuurlijk hartstikke mooi, zo’n brok Hollands welvaren te baren, maar op zich zou ik het ook wel appreciëren als ik daarna niet de resten van mijn aan flarden gescheurde onderkantje van de verlosvloer af hoef te schrapen.

De gynaecoloog vindt het allemaal niet zo’n probleem, inleiden is ‘zonde’, verkondigde ze een paar dagen geleden. En ik wist gelijk weer waarom ik me ook alweer had voorgenomen nooit in Nederland te gaan bevallen. Die Calvinistische verheerlijking van de eeuwig durende zwangerschap en de natuurlijke bevalling, waarbij het niet uit maakt of de aambeien na het persen tot aan je oren staan en je door de totaalruptuur gewoon recht in je wervelkolom kunt kijken, ik ben daar nooit zo’n fan van geweest. Vandaar dus dat ik blij was mijn kinderen in Amerika te kunnen baren, het land van melk en honing, waar de witte jassen doen wat jij zegt en de drugs rijkelijk vloeit. Maar aangezien dit een onvervalste Nederlandse baby wordt, heb ik dit keer weinig meer in die eerder genoemde melk te brokkelen. Doe maar gewoon, dan beval je al gek genoeg, is tenslotte het Neêrlands poldercredo.

Dus hier zit ik dan, nog immer uitdijend, te wachten tot de baby in mijn buik blijft zitten tot hij/zij een peuter wordt. Het zal wel even duren voor de ritssluiting van hechtingen na de bevalling verwijderd kan worden uit mijn onderste regionen, maar het voordeel is waarschijnlijk wel dat mijn derde Terrorist na zijn/haar geboorte meteen gewoon boterhammen met pindakaas kan eten en direct doorslaapt. Houd de komende tijd het nieuws vooral in de gaten, want ik denk wel dat we dat gaan halen als het eenmaal zover is. ‘Vrouw baart reuzenbaby’ kopt de krant dan en dan weet je dat Terrorist nr. 3 zich bij ons heeft gevoegd. Wens me succes, ik hoop dat ik het straks allemaal nog na kan vertellen. Zij die baren gaan groeten u.

Share

Tussen wal en schip

Al een tijdje zijn wij op zoek naar een gastouder aan huis, die de Terroristen na school opvangt. Want, zoals eerder beschreven op dit blog, gaat het op de reguliere buitenschoolse opvang met onze autistische zoon niet altijd even goed. Er zijn vervelende akkefietjes geweest, discussies met leidsters die geen tijd en geen zin hebben in autisme en, over de gehele linie, een te grote zorgvraag voor een instelling die gericht is op ‘normale’ kinderen. Maar Terrorist nr. 1 is nou eenmaal niet ‘normaal’. En hoewel het, na verscheidene opstartproblemen, de laatste tijd heel goed gaat, blijft het lopen op de spreekwoordelijke eieren. Zowel voor Terrorist nr. 1, als voor ons, als voor de opvang. Maar het is natuurlijk slechts een kwestie van tijd voordat die eierschalen breken.

Iemand vinden die wil en kan zorgen voor een jongetje met een gebruiksaanwijzing is echter zoals zoeken naar een speld in een hooiberg. Iets waarbij je wel wat hulp kunt gebruiken. Dus riepen wij de assistentie van de gemeente in die, sinds de decentralisatie van de Jeugdzorg, verantwoordelijk is voor het bieden van hulp aan kinderen zoals onze zoon. Die zou moeten zorgen voor extra pedagogische ondersteuning op de opvang, of subsidie voor een gespecialiseerde oppas. Zodat degenen die het in deze maatschappij niet helemaal alleen kunnen, toch de kansen krijgen die ook zij verdienen. Dat leverde een huisbezoek op van twee dames, aan wie mijn ex-Manlief en ik voor de zoveelste keer het hele diagnostisch traject uit de doeken moesten doen, iets wat op zichzelf al raar is, aangezien er van onze zoon een duimendik psychiatrisch dossier beschikbaar is. Er werd begrijpend geknikt, instemmend gemompeld. En daarna bleef het stil.

Want: de gemeente kan ons niet helpen. Wij krijgen geen PGB en ook geen hulp uit andere hoeken en/of potjes. Waarom niet? Het gaat ‘te goed’ met Terrorist nr. 1. Te goed? Ja inderdaad, te goed. Wat kort door de bocht gesteld inhoudt dat hij op de BSO geen andere kinderen met een schaar te lijf gaat, of zijn eigen poep aan de muren smeert. Dat mijn ex-Manlief en ik elkaar niet de tent uit vechten, maar gewoon in goede harmonie onze kinderen opvoeden en, ondanks de scheiding, gezamenlijk op één bank een kopje koffie kunnen drinken. En dat onze zoon nu toch geen zwakbegaafde retard blijkt, die weinig anders kan dan de hele dag kabouters vouwen in een instelling met tralies voor de ramen. Nee, hij is alleen maar een beetje autistisch. Dus daar mogen we het lekker zelf mee uitzoeken.

“Wat heerlijk, van die zelfredzame ouders” glunderden mevrouwtje A. en B. bij het verlaten van ex-Manliefs huis. Ik keek hem aan en las in zijn ogen wat in de mijne ook geschreven stond: dit klinkt als een compliment, maar is eigenlijk een straf. Want wie het hardste werkt en zijn verantwoordelijkheden neemt, heeft recht op niks. Het feit dat wij meestentijds zelfredzaam zijn, wil niet zeggen dat wij nooit een helpende hand nodig hebben, of dat niemand zich om ons hoeft bekommeren. Zelfredzaam? Ja. Onoverwinnelijk? Nee. Want dat is niemand.

“Tja, dat u allebei werkt, daar kan de gemeente natuurlijk niks aan doen”, zei mevrouwtje A. tegen ons, “Zoveel ouders hebben allebei een baan.” Ja, dat is natuurlijk waar, maar de meeste van die ouders hebben een kind waarmee niets aan de hand is en die ze dus na school zonder problemen naar de BSO kunnen sturen. Waarvan ze niet bang hoeven te zijn dat het totaal overprikkeld raakt, angstig wordt, of geslagen wordt door andere kinderen daar omdat die hem ‘raar’ vinden. “Thuiswerken, hebt u daar al eens aan gedacht?” vroeg mevrouwtje B. opgewekt en keek ons verwachtingsvol aan. Op ons antwoord dat wij dat allebei al een dag per week doen en dat we daarnaast ook nog met enige regelmaat eerder van ons werk weg gaan om onze zoon zo vroeg mogelijk op te halen, maar dat we daarmee al wel redelijk aan de grenzen van onze werkgevers zitten, reageerde ze met een schamper “Oh ja. Nou, dan zal u daar wel alles aan gedaan hebben.” Blijkbaar zijn wij de enige twee werknemers aan wie bepaalde eisen worden gesteld om maandelijks geld op hun rekening gestort te krijgen.

Wederom zien wij ons geconfronteerd met het falen van het Nederlands zorgsysteem. Lang leve het Passend Onderwijs en de nieuwe regel dat alles maar normaal moet. Ook als het niet normaal ís. Laten we vooral alle zorgenkindjes naar gewone scholen en opvanginstellingen doen, zodat we geld overhouden voor het kopen van Joint Strike Fighters, of nieuw servies voor het koningshuis. Maar laten we dan vooral níet zorgen dat er op die gewone opvangplekken ook daadwerkelijk ruimte en expertise is om die ongewone kindjes te begeleiden. Laten we doen alsof dat ongewone er niet is, want wat je niet ziet, bestaat tenslotte niet. Menig struisvogel kan aan dergelijke politiek nog een aardig puntje zuigen.

Ja, het gaat inderdaad goed met onze zoon. Maar weet u, dames en heren beleidsmakers, hoe dat komt? Omdat mijn ex-Manlief en ik ons al jarenlang drie slagen in de rondte werken, om dat jongetje boven water houden. Omdat wij allemaal zélf doen, waarbij u ons eigenlijk een klein handje zou moeten helpen. Omdat u dat namelijk verplicht bent aan de burgers in uw samenleving. Omdat wij als maatschappij de verantwoordelijkheid hebben om de zwakkeren onder ons te ondersteunen, zodat iedereen het beste uit zichzelf kan halen en daarna vervolgens zelf weer bij kan dragen aan die maatschappij. Ja, onze zoon is óns autistisch kind, niet het uwe en ja, daarom zullen wij zelf het grootste deel van de verantwoordelijkheid voor hem en zijn problemen dragen. Maar hoe kunnen wij hem nog het beste geven, als u ons die mogelijkheid steeds verder ontneemt? Als u ons en daarmee hem, tussen wal en schip laat vallen, ons laat watertrappelen, maar nooit een keer een reddingsboei uitwerpt? Ja, het gaat goed met onze zoon. Maar hoe lang dat nog duurt, hoe lang wij alles nog op eigen houtje kunnen bolwerken, dat is de vraag. Was dit niet een participatiemaatschappij geworden? Vreemd, want vooralsnog zijn mijn ex-Manlief en nog steeds de enige participanten.

Lees ook:
Onhandelbaar (deel 1)
Onhandelbaar (deel 2)
Onhandelbaar (deel 3)

Share

I do

Een week geleden sneeuwde het nog en dacht ik even dat het voor altijd winter zou blijven. Nu zit ik met blote benen op een bankje in de zon, om me heen een veld vol gele paardenbloemen en niks anders dan het ruisende geluid van de wind. Opnieuw ben ik een stadsmeisje op het platteland, alleen niet meer in de Achterhoek, maar een behoorlijk aantal kilometers verder naar het oosten. Niet meer in een boerderij, maar in een kleiner huisje. Een kleiner huisje, met een kleiner (maar nog steeds behoorlijk groot) tuintje. Een Nederlands stadsmeisje op het Duitse platteland.

Want hoeveel je ook van de stad houdt, heb je eenmaal van het platteland geproefd, dan gaat ook dat toch in je hart zitten. Dus woon ik nu af en toe, in de vakanties, op het platteland van onze oosterburen. Samen met Vriendlief, die sinds afgelopen weekend mijn echtgenoot is geworden. Op de eerste echt mooie zaterdag van het jaar, stonden we tegenover elkaar in een klein wit kerkje in Amsterdam, om elkaar te beloven altijd bij elkaar te blijven. Dat zei hij 14 jaar geleden al, dat hij dat wilde, maar ik was er destijds nog niet klaar voor. En dus ging het uit en toen weer aan en ook weer uit en dat een aantal jaren lang. Tot we elkaar definitief uit het oog verloren en ruim tien jaar lang totaal gescheiden levens leidden. Die goed waren, waarvoor we dankbaar zijn en die we nooit hadden willen missen. Omdat ze ons allebei heel erg veel gebracht hebben.

Nooit had ik tien jaar geleden gedacht, dat ik nog eens daar zou staan, in dat kerkje, met hem. En met op de eerste rij tegenover ons de twee mooiste cadeautjes die ik ooit had kunnen krijgen, mijn twee Terroristen. Met naast hen hun vader, met wie ik het helaas niet gered heb, maar die ik altijd lief zal hebben, ook al is het dan nu op een andere manier. Met wie ik zoveel heb meegemaakt en heb moeten doorstaan. Die mij aankeek terwijl ik een nieuwe stap zette in mijn leven en mij daarmee liet weten dat het goed is tussen ons en ook altijd zal blijven, omdat je al die jaren samen gewoon niet zomaar uitwist. En dat ook helemaal niet nodig is.

Ik ben dankbaar om mijn verleden en mijn toekomst te zien samenkomen op de dag dat ik een bijzonder moeilijke periode afsluit. Te zien hoe dat verleden en die toekomst zich met elkaar verenigd hebben. Het is mede daarom dat ik nu volmondig ja kan zeggen tegen een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Een nieuw hoofdstuk van het boek dat, hoop ik, nu eens een wat minder turbulente verhaallijn zal gaan volgen, omdat alle karakters in de saga wel toe zijn aan een beetje welverdiende rust. Aan lekker een beetje saaiheid en routine. Aan wat veel mensen vaak zo tegenstaat in het leven, maar wij juist zo erg aan toe zijn.

In de week dat de zon eindelijk achter de wolken vandaan kwam in Nederland, luid ik nu dat nieuwe hoofdstuk in. Alsof, heel symbolisch, de lente ook weer is begonnen in mijn leven en er weer nieuwe dingen gaan groeien en gaan bloeien. En dus kijk ik nu uit over een veld vol paardenbloemen, waar mijn man zich dapper doorheen ploegt met een veel te zware Duitse grasmaaier. Tik ik nieuwe stukjes, terwijl mijn trouwring glinstert in de zon. Een trouwring, waarvan ik niet gedacht had die nog eens aan mijn vinger te zien, maar die me eraan herinnert dat de storm nu eindelijk is gaan liggen. Want na regen, komt toch blijkbaar inderdaad toch altijd weer zonneschijn. En ben ik nog steeds een Stadsmeisje op het Platteland.

Share

Kleine meisjes worden groot

Onlangs kwam de leidster van mijn dochters kinderdagverblijf naar me toe om te vragen of wij het goed vonden dat Terrorist nr. 2 over ging naar de 3+ groep. Omdat ze, nou ja, inmiddels al geruime tijd 3+ is. En ze dus een beetje uitgekeken raakt op die kleine ukkies in haar klasje en al haar bff’s inmiddels ook op de grote meiden groep zitten. En omdat ze daar meer schoolse dingen doen en dat goede voorbereiding is voor als ze na de zomer de gezegende schoolgaande leeftijd van 4 jaar bereikt. Allemaal hele goede argumenten natuurlijk. Maar ik wilde die leidster eigenlijk het liefst vragen waar ze zo’n ridicuul idee vandaan haalde. Of haar slaan, dat wilde ik eigenlijk ook.

In eerste instantie was ik niet van plan mijn dochter te verplaatsen. Want, hoezo was dat nou weer nodig? Het ging toch goed met haar op de groep? Bovendien, ze was dol op de leidsters. En straks moet ze ook al wennen op de basisschool. Dus haar nu dan voor een paar maanden nog weer ergens anders laten wennen, dat was toch gewoon zielig? Maar toen ze het zelf steeds vaker over haar vriendinnetjes had, die allemaal wél verhuisd waren en ik haar bij het ophalen steeds zeker een kop boven alle andere kindjes uit zag steken, begon ik me toch af te vragen: hield ik haar hier voor háár, of eigenlijk vooral voor mezelf? En tot mijn eigen schaamte hoefde ik over het antwoord op die vraag niet heel lang na te denken. Mama wil stiekem niet dat haar kleine meisje groot wordt.

Het idéé alleen al, dat ze naar een groep van bijna-kleuters kan, ik schiet er gewoon meteen van vol. Mijn baby is plotseling geen baby meer en hoewel ze dat eigenlijk natuurlijk al heel lang niet meer was, is het alsof ik me dat nu pas echt goed realiseer. En opeens ben ik zo’n halfzacht moeder-ei dat haar kind het liefst klein houdt. Omdat ik haar niet los wil laten, de wijde wereld in wil sturen. Want ook al is het slechts naar een speelgroepje drie klassen verder dan waar ze nu zit, wat mij betreft had ik naar zo goed naar donker Afrika kunnen verschepen. Zo voelt het als ik voor de laatste keer haar jas en tas van de kapstok op haar oude groep pak, de lieve, vertrouwde juffen daar gedag zeg en al die andere kindjes, die inderdaad, bij nader inzien, toch wel erg klein zijn, in vergelijking met mijn eigen dame. Die zelf al veel langer door had dat ze de boel ontgroeid was.

Dus nu heb ik afgelopen week mijn Terrorist nr. 2 afgeleverd bij de Nestors van het kinderdagverblijf. En ben ik daarna buiten om een hoekje van het schoolplein even stilletjes gaan staan janken. Waarna ik stiekem door het raam van de nieuwe groep heb gegluurd, in de hoop haar ook snikkend in een hoekje te zien zitten. Maar nee hoor, ze liep in prinsessenjurk de polonaise door het klaslokaal, herenigd met haar al even grote vriendinnen. Dus ik moet het toch maar onder ogen zien: ze was er meer dan klaar voor. Ze gaat duidelijk sneller dan haar moeder, die waarschijnlijk net aan deze stap gewend is, tegen de tijd dat zij al staat te springen voor de deuren van de basisschool. Hoe ik dat ga overleven, die eerste dag dat ze daar over de drempel stapt, daar wil ik nog maar liever niet aan denken. Dan ben ik vanaf nu t/m de zomervakantie namelijk gewoon structureel in tranen, dus ik steek mijn kop nog maar even heel diep in het zand. Want, ons aller Marco zei het al, hoe groot ze ook mag zijn, in mijn ogen blijft ze altijd klein.

Share

1 2 3 35