Sociale zelfmoord

“Ik moet een grasmaaier. Zo eentje waar je op kunt zitten”. Met zijn handen in zijn zij overziet manlief ons nieuwe landgoed. Ik zie zijn gevoel van mannelijkheid bijna groeien. “Oh ja, en we nemen ook konijntjes” voegt hij eraan toe.

April5_2014_10Paniekerig sta ik naast hem in een oude gescheurde spijkerbroek en een hemdje die dienst doen als klus-outfit. Sowieso weet ik niet waar mijn normale kleren zijn, maar dat geeft niet, aangezien ik toch de rest van mijn leven moet verbouwen. In de wijde omtrek is niets te horen. Ja, vogeltjes. Het geruis van bomen. De uitgestrekte velden met bloeiend knalgeel koolzaad doen bijna pijn aan mijn ogen. Terwijl manlief in gedachten de moestuin al aan het inrichten is, denk ik: “Is hier wel internet?”.

Ik ga namelijk dood zonder internet. Godzijdank heb ik het nog nooit meegemaakt, maar ik ben er vrij zeker van dat ik het zonder toegang tot het web niet overleef. De berichtgeving over het wel of niet doordringen van de digitale snelweg in de Achterhoek is onduidelijk. De vorige bewoners van ons nieuwe huis (beiden ongeveer 150 jaar oud) keken ons vreemd aan bij de vraag naar hun internetmethode. “Dat zijn wij hier niet gewend”, was het antwoord, terwijl mevrouw koffie serveerde in porseleinen kopjes die in het Rijksmuseum niet zouden misstaan. De schrik sloeg me om het hart.

De koop van dit huis is natuurlijk al sociale zelfmoord op zich. Om in de bewoonde wereld te komen moet ik minstens drie verschillende treinen nemen, die waarschijnlijk maar één keer in de week rijden. In de winter kom ik helemaal nooit meer van het erf af, aangezien het er vast 10 graden harder vriest dan in Amsterdam en we dus wel ingesneeuwd zullen raken. En onze vrienden denken dat je na het verlaten van de randstad van de aarde afvalt, die komen ons nooit opzoeken. De enige manier om nog iets van een sociaal leven te onderhouden is dus digitaal.

April5_2014_2Terwijl manlief fluitend de plinten in de verf zet en de antieke houten vloer schuurt, bel ik alle internetproviders in Nederland. Die worden net zo nerveus als ik bij het horen van ons nieuwe adres. “Maar mevrouw, dat is niet in de bewoonde wereld, hoor”, “Ik weet niet of daar een kabel ligt”, “Dat is toch in Duitsland?”, “Misschien als u vier schotels koopt, dat het dan lukt”. Uiteindelijk heb ik het voor elkaar gekregen dat er binnenkort een monteur langs komt. Puur uit medelijden, denk ik. Maar ik laat hem gewoon niet gaan tot ik online ben. Als hij er eenmaal is, komt hij nooit meer weg. Gijzelen kan nog op het platteland. Genoeg schuurtjes in de tuin om hem in op te sluiten. Het geluid van de nieuwe grasmaaier zal het geschreeuw wel overstemmen. Het doel heiligt de middelen.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *