Noeste arbeid (deel 2)

Het is avond. De Terroristen liggen net op bed en terwijl ik de laatste afwas in de vaatwasser stop, komt manlief de trap af strompelen. Hij klemt zijn ene hand tegen zijn onderrug, met de andere zoekt hij steun aan de trapleuning. Zuchtend en steunend schuifelt hij de keuken in. Tussen zijn tanden bungelt een tube Tijgerbalsem, die hij aan mijn voeten laat vallen. Met een van pijn vertrokken gezicht zijgt hij neer op de bank. Net als ik zijn t-shirt omhoog wil stropen om zijn pijnlijke spieren te verzorgen komt er een bibberige klop op de tussendeur, waarna mijn vader binnenkomt, in precies dezelfde houding als manlief de trap af kwam. Beide mannen werpen elkaar een blik van verstandhouding toe. Haastig knijp ik de helft van de bedwelmend geurende tube leeg op de rug van mijn echtgenoot en vraag me tegelijkertijd koortsachtig af of ik nog ergens een doos warmtepads voor mijn vader heb liggen. Als het zo door gaat, zijn we binnenkort tweederde van de mannelijke populatie op ons landgoed kwijt en moet ik zelf aan het verbouwen slaan. Want de boerderij kost onze mannen bijna de kop.

Dat er werk aan de winkel was toen we dit huis kochten, wisten we vanaf het moment dat we één voet over de drempel zetten. Het woonhuis was vrij eenvoudig provisorisch op te lappen, maar het boerderijgedeelte is een ander verhaal. De zomer hebben we gebruikt om alles daar kort en klein te slaan en hoewel een paar weken agressief doen met een sloophamer ook het nodige vergt van je uithoudingsvermogen, is het niks vergeleken bij het geweld dat je je lichaam aandoet als je een huis weer van de grond af op moet bouwen. Nou was het eigenlijk ook niet de bedoeling dat we dat op eigen kracht zouden doen, aangezien onze hypotheekadviseur ons lekker had gemaakt met de belofte van een hypotheek met verbouwingsdepot, waaruit we dan allerhande gespierde klusjesmannen zouden kunnen betalen, die voor ons hun handen uit de mouwen zouden steken, terwijl wij aanwijzingen gaven vanaf de bank. Afgezien van het feit dat het vooruitzicht van een peloton zwetende ruwe bolsters op mijn erf wat mij betreft geen straf zou zijn, leek enige professionele assistentie mijn moeder en mij ook gewoon onontbeerlijk, om te voorkomen dat onze echtgenoten na slechts een jaar in de Achterhoek al het loodje legden ten gevolge van ernstig hartfalen en spierverzuring.

Helaas bleken de connecties van de hypotheekadviseur bij zijn bancaire vriendjes wat minder goed te zijn dan hij ons had voorgespiegeld en hadden we vorig jaar dus opeens een bouwval gekocht, maar geen rooie cent om het daadwerkelijk bewoonbaar te maken. De geldschieters vonden het namelijk maar niks, twee 65-plussers, een natuurkundige, zijn chronisch zieke vrouw en hun twee gemankeerde kinderen, die gezamenlijk ergens in the middle of nowhere wilden wonen, op een boerderij die al jaren te boek stond als onverkoopbaar. Er was welgeteld één bank die, na onze doopceel volledig gelicht te hebben, met de hand over het financiële hart streek en de koopsom op onze rekening stortte, onder de voorwaarde dat we per direct al onze creditcards zouden verknippen en dat manlief door zou werken tot zijn 87ste. Maar extra geld voor een verbouwing, dat was een brug te ver. We hebben een paar weken collectief last gehad van hyperventilatie, iedere keer als we de deur van de tochtige, met schimmel beplakte, koeienstal en de toekomstige woonkamer van mijn ouders, open deden, maar omdat het een mooie zomer werd en we toch de eerste zes maanden fulltime moesten grasmaaien, slaagden we erin het vooruitzicht van de verbouwing succesvol te verdringen. Tussen het aanleggen van de moestuin en het uitroeien van de immense tekenpopulatie door, zetten we het op een sparen en zochten naarstig naar manieren om die oude sok onder ons matras van de nodige euro’s te voorzien.

Noesterabeid_2En nu hebben we dan een beetje geld, maar niet zoveel dat we er, naast een betonmolen, ook nog een paar gespierde boeren in tanktops bij kunnen huren. Maar omdat we niet eeuwig kunnen blijven kamperen in ons eigen huis, zat er weinig anders op dan onze eigen, weinig getrainde, schouders eronder te zetten. En dus sloegen mijn vader en manlief de gebarsten en met koeienvlaaien doordrenkte betonvloer uit de boerderij en groeven zich vervolgens dertig kuub zand naar beneden, om ruimte maken voor een nieuwe laag beton. Zwetend reden ze een week lang honderden kruiwagens zand en stenen naar de andere kant van het erf, waarna ze ‘s nachts huilend van de spierpijn in bed lagen te kreperen. Je kunt het ze niet kwalijk nemen. Een ervaren bouwvakker zou na een dergelijke werkweek al best een likje Tijgerbalsem van moeder de vrouw kunnen gebruiken. Kun je nagaan hoe een doorgewinterde kantoorklerk en een bon vivant op leeftijd eraan toe zijn na 40 uur lichamelijke inspanning.

Krom van de pijn stond mijn vader na een paar helse dagen toe te kijken hoe de gorgelende slurf van de betonmolen de boerderij vol spoot met een dikke grijze laag. Manlief appte mij die morgen dat de rit naar kantoor een marteling was geweest, omdat hij niet eens meer rechtop kon zitten van de gruwelijke pijnscheuten in zijn rug. Maar, het lijden is niet helemaal voor niks geweest. Weliswaar zijn beide heren een permanente hernia rijker, maar ook een aanzienlijk aantal kilo’s armer. Ik denk dat ik alvast een paar mooie strakke tanktops voor manlief aanschaf, voor als het straks weer warmer wordt. Die vloer ligt er nu, maar er is de komende tijd tenslotte nog genoeg werk te verzetten, dus zelfs Jamie Dornans ‘golden torso’ valt straks in het niet bij het lijf van manlief. Want als het kwik straks weer oploopt, heeft hij een sixpack waar je kaas op kunt schaven. Dan heb ik alsnog een zwetende ruwe bolster om naar te kijken. En ik hoef er niet eens voor te betalen.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *