juli 2014

Strijd tegen de elementen

Toen ik nog in Amsterdam woonde, onweerde het daar misschien twee keer per jaar. Op zo’n zeldzame dag midden in juli, als het, heel on-Nederlands, warmer dan 25 graden was geweest, hoorde je ‘s avonds een paar keer gedonder in de verte en dat was het dan. De keren dat ik vanaf mijn mini-balkonnetje in Amsterdam-Oost een bliksemschicht heb waargenomen, zijn op één hand te tellen. Ik heb dan ook nooit begrepen waarom er mensen zijn met een angst voor onweer. Sinds we in de Achterhoek wonen, heb ik echter ontzag gekregen voor de elementen. Je zou zeggen dat het anderhalf uur van Amsterdam in klimatologisch opzicht niet heel anders is, maar niets is minder waar. In de Achterhoek onweert het namelijk áltijd.

Wolk_1We wonen nu ruim twee maanden op ons landgoed en inmiddels hebben we uit voorzorg ons hele bos omgekapt. Het was namelijk slechts een kwestie van tijd tot de bliksem in één van de metershoge dennenbomen zou slaan en recht op het dak van de boerderij terecht zou komen. Zeker twee keer per week lig ik de hele nacht bibberend onder de dekens terwijl de slaapkamer oogverblindend wordt opgelicht door furieus flitsende bliksemschichten. Iedere keer ga ik ervan uit dat de Apocalyps nu écht begonnen is en dus heb ik de jerrycans water en een voorraad knijpkatten al klaar liggen in de schuur. Met een beetje geluk overleven we het daarin nog een kleine week nadat de volgende Achterhoekse tornado ons huis heeft verzwolgen.

Gisteren dacht ik heel even dat het tij gekeerd was. ‘s Ochtends druppelden er berichten binnen over noodweer in het westen van Nederland, maar wij zaten nog prinsheerlijk in het zonnetje. Manlief kon in Utrecht zijn lease-auto uit de ondergelopen garage van zijn werk vissen en smste paniekerig of wij thuis nog wel leefden. Grijnzend stuurde ik foto’s terug van de Terroristen die in korte broek door de tuin dartelden, een stralend blauwe lucht boven hun hoofden. Niet meer dan redelijk, vond ik, aangezien ik de afgelopen weken al meerdere malen grote plassen water in de slaapkamers had moeten op dweilen en de vele slapeloze nachten door oorverdovend gedonder recht boven ons hoofd. Het leek me dan ook geen probleem om ‘s middags even naar de stad te gaan om nieuwe schoenen te kopen voor Terrorist nr. 1. Dat bleek een catastrofale vergissing. Achterhoeks weer is namelijk nooit wat het lijkt.

Luttele seconden na het verlaten van de schoenenwinkel brak de hel los. Gitzwarte wolken verduisterden de zomerzon en lieten een gordijn van water neer. Ik heb al een bijzonder slecht ontwikkeld gevoel voor richting, maar in noodsituaties zoals deze laat mijn interne GPS het helemaal afweten. Overvallen worden door de zondvloed met twee peuters in je kielzog is zonder twijfel een noodsituatie. En dus wist ik niet meer waar we de auto hadden geparkeerd. Als een kip zonder kip rende ik door voor mij totaal onbekende straten, terwijl de plassen in schrikbarend tempo steeds dieper werden. Toen het water Terrorist nr. 2 bijna tot aan de lippen stond, zat er niks anders meer op dan één druipende peuter over mijn schouder te gooien en de ander gewoon aan z’n hand mee te slepen terwijl het water uit zijn sandalen gutste. De weinige tegenliggers die ons pad kruisten waren allemaal voorzien van paraplu’s en regenpakken. Duidelijker dat wij nog niet zijn ingeburgerd in de regio kon het niet. Een échte Achterhoeker gaat tenslotte voorbereid de deur uit.

July29_2014_2Eenmaal thuis heb ik de arme klappertandende Terroristen zelf hun natte spullen op het erf laten uitwringen, terwijl ik me naar boven haastte om te redden wat er te redden viel. Driehonderd uit de badkamer weg gewaaide zompige wattenschijfjes van de hele bovenverdieping af schrapen blijkt namelijk best een tijdrovend klusje. Manlief kon bij thuiskomst gelijk door naar de schuur, waar onze opgeslagen spullen in kniehoog water rond dreven. Ik vrees dus dat mijn overlevingstheorie geen realistische optie meer is: ook de schuur biedt geen stand tegen Achterhoeks natuurgeweld. Er zit dus weinig anders op dan ons overgeven aan de natuur en een schietgebedje te doen iedere keer als de wolken zich samenpakken boven het koolzaad.

Dat krijg je ervan als je buiten de bewoonde, ontwikkelde wereld gaat wonen. In donker Afrika zijn ze tenslotte ook blij als de plaggenhutten er nog staan na een tropische storm. En dan valt het hier nog mee, want in de Achterhoek kun je tenminste nog een knijpkat kopen.

Share

Bezint eer gij begint

Je moet nooit boodschappen doen als je honger hebt. Dan ga je namelijk allemaal impulsaankopen doen en kom je thuis met zes repen chocola en drie zakken chips, in plaats van de aardappels en groenten die je eigenlijk had moeten kopen. Bovendien is het slecht voor je portemonnee, want dat familiepak Snickers bij de kassa is altijd duurder dan de verantwoorde boodschappen die op je lijstje stonden. Eenmaal thuis weet je na twee Snickers niet meer waarom je daar nou eigenlijk zin in had en moet je de rest van de week vasten om van het schuldgevoel af te komen. Dat geldt overigens niet alleen voor voedsel, maar ook voor meer substantiële aankopen, zoals het aanschaffen van grond, hebben wij recent ondervonden. En ik vrees dat onze ogen groter geweest zijn dan onze maag.

July19_2014_2Omdat het idee van grootgrondbezitterschap ons tijdens de koop van ons landgoed een beetje naar het hoofd steeg, besloten we namelijk in te gaan op het aanbod van een boer om een stuk van zijn land erbij te kopen. Een hele hectare was tenslotte niet genoeg voor onze inmiddels opgeblazen ego’s, het kon altijd meer, beter, groter. Op dat moment stond het betreffende land nog vol met koolzaad en hadden we er dus geen omkijken naar. We konden volstaan met vergenoegd opscheppen over onze ettelijke vierkante meters, terwijl de boer zich uit de naad werkte. Maar wie het laatst lacht, lacht het best en ik denk dat de boer en hoop lol had toen hij ’s morgens vroeg met een enorme maaimachine onder ons slaapkamerraam verscheen.

Bulderend raasde het gevaarte de hele dag over het veld, een dikke wolk van koolzaad en opvliegende insecten opstuivend. Aan het eind van de dag ging de boer vrolijk zwaaiend naar huis met zijn oogst, ons achterlatend met een lap braakliggende grond, grenzend aan onze toch al idioot grote tuin. “Wist jij nog dat het zóveel extra grond was?” vroeg mijn moeder voorzichtig, terwijl mijn vader probeerde uit te rekenen hoeveel extra bezine de grasmaaier straks nodig zou hebben. “Ik geloof dat ik het onkruid gewoon ZIE opkomen!” riep manlief verschrikt, terwijl hij naar de moestuin rende om een schoffel te grijpen. Zelf kon ik niet veel anders dan achter de Terroristen aan sprinten, die binnen de kortste keren een sluiproute naar het aangrenzende bos hadden gevonden en tussen de bomen verdwenen.

Het stuk extra grond is ongeveer zes keer zo groot als de moestuin. In de moestuin staat het onkruid inmiddels oksel-hoog. Als we dus willen voorkomen dat manlief noodgedwongen ontslag moet nemen om onkruid te wieden, moeten we zo snel mogelijk gras zaaien op de nieuwe grond. Dat betekent dan natuurlijk wel een dagdeel extra grasmaaien per week. Ik vraag me af of ik dat nog ingepast krijg in het klus,- en tuinier-rooster. Misschien kunnen we de Terroristen leren met een breekijzer en een klauwhamer om te gaan, dan kunnen zij de boerderij verbouwen, terwijl mijn ouders en ik de tuin onderhouden. Als we twee degelijke helmpjes voor ze kopen, voorkomen we waarschijnlijk de ergste verwondingen wel.

July19_2014_9Inmiddels ben ik de beweegredenen voor de aanschaf van de extra grond een beetje kwijt. Je zou toch denken dat we er concrete plannen mee hadden, maar ik kan het me niet voor de geest halen. Wilden we een camping beginnen? Wellicht een geitenboerderij? Of waren we misschien heel erg dronken ten tijde van de koop? Eigenlijk vrees ik dat het gewoon ordinaire hebzucht was. Eén van de zeven doodzonden dus, waarvoor we nu logischerwijs gestraft worden. Manlief biechtte gisteravond huilend op dat hij nachtmerries heeft over agressief onkruid dan langzaam ons huis overwoekert en mijn moeder overweegt één van de auto’s te verkopen om de extra bezine voor de grasmaaier te kunnen bekostigen. Tja, boontje komt om zijn loontje.

Ik vrees dat de Terroristen zichzelf grotendeels zullen moeten opvoeden, want hun moeder heeft nu écht geen tijd meer om luiers te verschonen en boterhammen te smeren. Natuurlijk zou ik me moeten schamen voor onze hebberigheid, maar stiekem geniet ik van mijn zonde. Vooral als ik ‘s ochtends de zon boven mijn eigen weiland zie opkomen en ‘s avonds de reeën op mijn extra land staan te grazen. Als het bij één van de zeven zonden blijft, moet het kunnen, toch? Ik moet er met al dat grasmaaien en die permanent groene voeten tenslotte genoeg voor boeten.

Share

Slaap kindje, slaap

Er zijn een aantal dingen die ze je niet vertellen voordat je kinderen krijgt. Dat babies soms zo explosief poepen dat je het van de muur moet schrapen bijvoorbeeld. Of dat het navelstompje er tijdens een nachtelijke verschoonsessie opeens ongezien af valt en dan wekenlang achter de commode ligt te rotten. En dat je aan het eind van het jaar 600 euro moet bijbetalen aan energiekosten, omdat je de wasmachine gewoon nooit meer uit kunt zetten. Maar het best bewaarde geheim van het ouderschap is nog wel dat je nooit meer slaapt. Manlief en ik slapen al bijna 4 jaar niet meer. Ik wilde dat ik dat van tevoren geweten had, dan had ik alvast een aantal jaar cosmetische behandelingen vooruit gepland om mijn gezicht strak te houden. Inmiddels ben ik zo moe, dat er niks anders meer op zat dan het kopen van een boerderij in de Achterhoek. Zodat gewoon niemand me meer ziet. Want tegen deze wallen kan geen Botox meer op.

SlaapkamerHet eerste jaar is absoluut het ergst. Volgens de boekjes slapen kleine babies zo’n 20 uur per dag, maar dat is een grote leugen. Als dat zo zou zijn, is het mij een raadsel waarom vrijwel alle ouders lijden aan chronische vermoeidheid. Ik ben in ieder geval nog nooit een verse ouder tegen gekomen, die zich het zalige gevoel van uitgerust wakker worden kon herinneren. Het grootste deel van het eerste jaar van Terrorist nr. 1 ben ik vergeten. Ik ga ervan uit dat ik het verdrongen heb. Heel soms heb ik flashbacks waarin ik in het holst van de nacht op de grond naast een wiegje lig, waaruit verontwaardigd geschreeuw komt. Of waarin ik om 05.00 uur ‘s ochtends snikkend aan het aanrecht sta en koffie recht uit het koffiezetapparaat drink. Manlief kan zich gewoon helemáál niks meer herinneren van de eerste anderhalf jaar van het leven van Terrorist nr. 1. We vermoeden dat het slaap-delirium zijn hersenen permanent heeft aangetast.

In de hierboven genoemde boekjes staat ook dat babies na drie maanden doorslapen. Wederom een vuile leugen. Terrorist nr. 1 sliep pas door toen hij 18 maanden oud was. Terrorist nr. 2 wordt volgende maand 2 jaar en bouwt nog steeds met enige regelmaat ‘s nachts een feestje. Ik weet niet welke idioten verantwoordelijk zijn voor de inhoud van die babyboekjes, maar uit het leven gegrepen is het in ieder geval niet. Of de trauma’s van de schrijvers zijn gewoon zo groot dat het weergeven van de werkelijkheid simpelweg te pijnlijk is. Daar kan ik me dan wel weer iets bij voorstellen.

Nu ik kinderen heb, begrijp ik waarom ze slaaponthouding inzetten als martelmiddel in oorlogssituaties. Je gaat er namelijk hele rare dingen van doen. Een paar ton uitgeven aan een boerderij bijvoorbeeld. De koop van ons landgoed is namelijk gewoon de laatste wanhopige poging om de Terroristen aan het slapen te krijgen. Na vier jaar nachtbraken en allerhande vernuftige inbakersystemen, lichtgevende spenen, Nijntje trainingswekkers en andere nutteloze geldklopperij zetten we de joker in: fysieke uitputting. Meters gras om ze iedere dag overheen te jagen, ze te laten rennen tot ze niet meer kunnen. We houden vanaf 08.00 uur ‘s ochtends voetbaltoernooien, spelen tikkertje tot ze erbij neervallen en laten ze daarna nog twee uur rondjes om de moestuin sprinten. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat het tegenwoordig zo populaire fenomeen ‘bootcamp’ ontwikkeld is door oververmoeide ouders die hun kroost probeerden te breken.

Helaas lijkt het erop dat we de sombere conclusie moeten trekken dat ook de aanschaf van een hectare grond niet het gouden ei blijkt te zijn. Nog steeds zijn vijf armoedige uren slaap zo ongeveer het maximale dat we per nacht bij elkaar kunnen schrapen. Wat een strategische move had moeten zijn, lijkt nu zelfs tégen ons te werken. Hoe meer ruimte ze krijgen, hoe meer energie de Terroristen hebben. Is het niet Terrorist nr 2. die in het holst van de nacht besluit dat slapen voor mietjes is, dan is het wel haar grote broer die drie keer wakker wordt omdat er een mug in zijn kamer zit, vervolgens moet plassen en daarna z’n knuffel niet meer kan vinden. En ondertussen eisen alle sportevenementen in eigen tuin hun tol: manlief en ik liggen iedere avond kreperend van de spierpijn in bed. Ja, niet de ouderdom, maar het ouderschap komt met gebreken.

July12_2014_1Manlief heeft afgelopen weekend een konijnenhok gebouwd. De konijntjes zelf moeten nog geboren worden en het hok is een beetje groter uitgevallen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Stiekem overweeg ik het ver achterin de tuin te zetten, er twee matrasjes in te leggen en de Terroristen voortaan ‘s avonds buiten te laten slapen. In Scandinavië doen ze dat ook, dus het is heus niet onverantwoord. Bovendien kan het hok op slot, dus ze kunnen ook niet ontsnappen. Misschien gewoon één nachtje per week, zodat mijn wallen over een jaar in ieder geval weer net bóven m’n knieën hangen. En dan hebben manlief en ik ook nog een beetje het gevoel dat we de komende 30 jaar niet voor niks die hypotheek betalen.

Share

Het kan altijd erger

Laatst schreef ik dat ik met liefde allerhande pijnlijke gebeurtenissen zou ondergaan, als ik maar niet meer onder de MRI scanner hoefde. Dat neem ik terug. Het kan namelijk altijd erger, heb ik deze week helaas moeten ondervinden. Ik laat zonder zeuren wekelijks een MRI maken, als dat betekent dat ik nooit meer een lumbaalpunctie hoef te laten doen. Een uur lang met een horrormasker op in een claustrofobische zoemende buis is een feestje vergeleken bij wat me deze week in het ziekenhuis is overkomen. Als ik dat van tevoren geweten had, had ik meer van die MRI genoten. Gemiste kans.

Ik kan niet zeggen dat ik van tevoren erg veel zin had in de lumbaalpunctie, maar de neuroloog had me bezworen dat het echt verstandig was om te laten doen. En bovendien was het een fluitje van een cent. Hoezo pijnlijk? Wat een onzin, klein prikje, zo gebeurd. Complicaties? Welnee, dat kwam vrijwel nooit voor. Ik zou huppelend het ziekenhuis weer uit gaan. Bovendien had ik bij mijn beide bevallingen toch ook een ruggenprik gehad? En hoewel dat klopt, maakt het toch wel een verschil dat je na een bevalling met een lief klein babietje thuis komt en na een lumbaalpunctie vooral met een klein trauma.

Terwijl ik in de foetushouding op mijn ziekenhuisbed probeerde mijn rug zoveel mogelijk bol te maken en manlief mijn hand vasthield en tegelijkertijd een poging deed vooral niet flauw te vallen, brak de neuroloog de eerste naald terwijl die al in mijn rug zat. Bij de tweede poging drong de naald diep in een zenuw. Ik kan met grote zekerheid zeggen dat zelfs de patiënten aan de andere kant van het ziekenhuis me hebben horen schreeuwen. “Jeetje,” mompelde de neuroloog, “normaal gaat het niet zo moeilijk, hoor”. Altijd prettig om te weten dat jij de uitzondering op de regel bent. De derde poging leverde gelukkig een bodempje hersenvocht op. Duurt even, maar dan heb je ook wat. No pain, no gain.

PijnstillersInmiddels lig ik al vijf dagen in bed met zogenaamde ‘post punctionele hoofdpijn’. Dat is zo’n complicatie die nooit voorkomt. Er lekt namelijk hersenvocht uit mijn hoofd weg, omdat het gaatje in mijn rug niet goed dicht gaat. Op zich is hoofdpijn sowieso al vervelend, maar het idee dat je brein langzaam via je rug weglekt, maakt het nog nét wat onprettiger. Aan de andere kant: we gebruiken toch maar zo’n 20% van onze hersenen, dus ik zal vast wel een deel kunnen missen. Sowieso denk ik dat mijn hersencapaciteit deze week ernstig afgenomen is, gezien de enorme hoeveelheid pillen die ik moet slikken om deze uiterst zeldzame complicatie beheersbaar te houden. Als die hoofdpijn ooit nog overgaat en ik weer op kan staan, kan ik rechtstreeks door naar de Jellinek, voor een afkickprogramma.

“Nou” zei de neuroloog gisteren opgewekt aan de telefoon, “We zagen het natuurlijk al op de MRI, maar je hebt dus echt MS, hoor!”. Die drie druppels hersenvocht hebben in ieder geval voor nog meer empirisch bewijs gezorgd. Ja, de neuroloog heeft vast een topweek gehad. Op mijn vraag wanneer ik weer rechtop kan zitten zonder het gevoel te hebben dat mijn hoofd explodeert, was het antwoord dat dat nog wel even kon duren. Kwestie van domme pech. Komt echt bijna nóóit voor. Maar als ik nou na het weekend nog pijn heb, dan moet ik maar even bellen. Doen ze gewoon even een ‘bloodpatch’. Wat inhoudt dat ze mijn eigen bloed aftappen en dat in het gat in mijn rug spuiten. “Eigenlijk net alsof je een band plakt” grapte de neuroloog. Ik kijk er nu al naar uit. Weer een naald in mijn rug. Fluitje van een cent. Zo gebeurd. Nooit complicaties. Komt he-le-maal goed.

Over een half jaar mag ik weer onder de MRI scanner. Om te kijken of de MS inmiddels nog meer van mijn brein heeft aangevreten. Ik denk dat het mee gaat vallen, want tegen die tijd zijn al mijn hersens al lang weg gelekt. Ik verheug me nu al op het claustrofobische gevoel en de spasmen van het dwangmatig stil moeten liggen. Daarna kan ik namelijk écht huppelend het ziekenhuis uit en hoef ik niet een week lang liggend appelsap uit een tuitbeker te drinken. Is die lumbaalpunctie toch nog ergens goed voor geweest. Nu kan ik tenminste relativeren.

Share

Noeste arbeid

Het doel van een idyllische boerderij kopen op het platteland was dat we konden genieten van rust en ruimte. Zeker na bijna 30 jaar in Amsterdam, zes verhuizingen binnen vijf jaar en de komst van twee hyperactieve Terroristen waren we wel toe aan een beetje relaxen. Helaas komen we van een koude kermis thuis. Wonen op een Achterhoeks landgoed is namelijk een fulltime baan. Hoe meer ruimte, hoe minder rust, blijkt nu de harde realiteit. Het is daarom maar goed dat ik niet werk, anders zou het achterstallig onderhoud binnen afzienbare tijd niet meer te overzien zijn. Manlief heeft ook al overwogen om zijn baan op te zeggen, maar aangezien de moestuin nog geen volledige maaltijden oplevert, hebben we toch wat geld nodig om naar de supermarkt te kunnen. We hopen op een mooie zomer, dan kan hij in 2015 wellicht met vervroegd pensioen.

July2_2014_9Naast grasmaaien, de kippen trotseren en de Terroristen in leven houden, moet ik ook nog bomen kappen, onkruid wieden, bloemperkjes wateren, teken verdelgen en dagelijks minstens drie vermoorde, opengereten knaagdieren begraven. Ik heb in mijn tuin de afgelopen maand al meer ingewanden gezien dan mening chirurg op de operatietafel. En iedere keer een kuil graven en de Terroristen een afscheidswoord laten zeggen is natuurlijk heel didactisch verantwoord, maar vooral ook tijdrovend. In de tussentijd had ik ook minstens zes banen gras kunnen maaien. Tegenwoordig gooi ik de lijken dus maar gewoon met een schepje het koolzaad in. Pedagogisch vast niet correct, maar efficiency is ook wat waard.

Heden ten dage loop ik standaard met een groot kapmes aan mijn spijkerbroek vastgegespt, zodat ik in het voorbij gaan links en rechts wat bomen en bossages kort en klein kan slaan. Ik was altijd nogal anti-wapens, maar nu ik op het platteland woon, begrijp ik dat dat gewoon stadse onwetendheid is. Niet alleen zijn messen en bijlen noodzakelijk om me een weg door mijn eigen leefomgeving te banen, ik kan er ook de kippen mee intimideren. Bovendien is het hier ‘s nachts toch wel erg stil en als manlief een keer op reis is hoort niemand me schreeuwen als er een inbreker aan mijn bed staat. Het lijkt me daarom verstandig om vanaf nu met de bosmaaier onder mijn bed te slapen.

July2_2014_7Naast mijn onbetaalde baan als hovenier in eigen tuin, ben ik tegenwoordig ook professioneel schoonmaker. De ladingen zand en modder die namelijk dagelijks mijn huis binnenkomen, zijn ongekend. De Terroristen scheppen er genoegen in hun kaplaarzen in de woonkamer uit te schudden en inmiddels hebben ze een permanent laagje modder over zich heen, dat er zelfs met de hogedrukspuit niet meer af te spoelen valt. Ikzelf heb structureel groene voeten en laat dientengevolge overal kleine plukjes nat gras achter. Aangezien manlief en ik beiden aan een milde vorm van smetvrees lijden, is het een prestatie dat we nog steeds geen Obsessive Compulsive Disorder hebben ontwikkeld. Alhoewel ik moet toegeven dat de neiging om ieder uur te stofzuigen steeds moeilijker te onderdrukken is.

Terrorist nr. 1 is vorige week gestart op school. De timing kon niet slechter, want ik kan de mankracht eigenlijk gewoon niet missen. Hij kan namelijk heel goed onkruid trekken in de moestuin en dat staat inmiddels kniehoog, ondanks dat ik iedere dag geruime tijd met een schoffel de brandnetels te lijf ga. Ik ben me bewust van het bestaan van leerplicht en kinderarbeid is tegenwoordig geen gemeengoed meer, maar ik overweeg toch de leerplichtambtenaar een verzoek om ontheffing voor mijn zoon te vragen. Er is tegenwoordig immers een tekort aan mensen die een agrarisch beroep ambiëren, dus door Terrorist nr. 1 eigenhandig op te leiden als tuinman, doe ik eigenlijk de economie een groot plezier.

Mijn plan om weer een baan te zoeken, blijkt na zes weken platteland een lachwekkende illusie. Ik kan hooguit een snelcursus tractor rijden gaan volgen, maar ik vrees dat ik voorlopig niet op maandagochtend met collega’s bij de koffie-automaat zal staan. Die 60-urige werkweek, die ga ik wel halen. Grote kans dus dat ik volgend jaar burn out ben. De meeste mensen gaan dan een tijdje ontspannen in een rustgevende omgeving. Op het platteland ofzo. Ik denk dat ik maar naar het uitzendbureau in Amsterdam moet. Lekker relaxen op kantoor.

Share