Slaap kindje, slaap (deel 5)

Krakend gaat de deur op de eerste verdieping open. Ik open één oog en kijk op mijn telefoon. Vier uur ‘s nachts. Zuchtend trek ik mijn kussen over mijn hoofd, in een poging te doen alsof de buitenwereld niet bestaat. Ik sluit mijn ogen en doe hardnekkig alsof ik slaap. Met een klap hoor ik de toiletbril tegen de wandtegels van de badkamer slaan. Luid neuriënd begint Terrorist nr. 1 te plassen. “Ik-slaap-ik-slaap-ik-slaap” fluister ik tegen mezelf en trek het kussen met twee handen nog wat strakker over mijn oren. Het toilet wordt doorgetrokken en ik hoor kleine voetjes schuifelend over de gang gaan. KLAP! Zijn slaapkamerdeur trilt in de sponningen (net als de rest van het huis) als mijn zoon hem dicht trekt. Ik krimp in elkaar onder het dekbed en blijf doodstil wachten op wat komen gaat. Het blijft stil. Opgelucht haal ik adem en ontspan. Langzaam voel ik mezelf weer afglijden in de slaap.

“MAMAAA!” Verwilderd schiet ik overeind en val bijna uit bed. In onderbroek en met chaoshaar stort ik mezelf de trap af en vind mijn zoon in tranen in zijn bed. Hij huilt met gierende uithalen. “Wat is er?! Wat is er?!” vraag ik verschrikt, al rondjes draaiend om mijn as om te zien waar de brand is, of waar zijn ledematen die hij, af te leiden aan het gegil, op z’n minst kwijt moet zijn, verspreid liggen. “Mijn Woefieieieieie!!!” brult hij. “Woefie is weeeeg!”. “Wat? Wie?” vraag ik. Dit is teveel informatie voor een dergelijk onchristelijk tijdstip. “Woehoefie ligt nog in de badkaaameeer!”. Met een trillend vingertje wijst mijn 5-jarige naar de deur. Even duizelt het me. Dan marcheer ik naar de badkamer, waar het vermaledijde pluchen beest inderdaad moederziel alleen in de wasbak ligt te kreperen. Binnensmonds grommend werp ik de hond in het bed van mijn zoon en strompel terug naar boven. Ik slaap al voor mijn hoofd het kussen raakt.

Opnieuw dat krakende geluid. Maar nu van de andere kant van de overloop. “Mama?” klinkt een klein stemmetje, “Ik moet plassen.” Terrorist nr. 2 heeft weliswaar nog een luier aan, maar ze is hard op weg zindelijk te worden. Vanuit pedagogisch oogpunt kan ik dit dus niet negeren. In de badkamer moet ik haar eerst uit drie lagen, pyjama, romper, en katoenen nachtluier pellen. Mijn dochter klimt op de toiletpot, die veel te groot voor haar is en waarop ik haar dus moet vasthouden. Terwijl we vol spanning wachten, val ik met mijn hoofd in haar schoot in slaap. “Jaaa! Gelukt!” juicht mijn dochter als de plas de pot in tinkelt. “Hoera” mompel ik, maar zo makkelijk kom ik er niet mee weg. “Nee mama! Klappen! Goed van mij, hè?!” Dreigend kijkt ze me aan. Gehoorzaam doe ik in de badkamer een dansje, onderwijl enthousiast klappend. Terrorist nr. 2 knikt goedkeurend en laat zich terug in bed leggen. Inmiddels is het kwart voor vijf. Ik trek het dekbed over me heen en hoop op nog minstens drie uur slaap.

“Opstaan iedereen! Het is ooochtend!!!” Ik probeer mezelf knock out te slaan met mijn mobiele telefoon, die een genadeloze 05.15 uur aangeeft. Vanuit mijn ooghoek zie ik flitsen wit licht door het trapgat gaan. Even denk ik dat het, na vijf jaar slaapgebrek, dan eindelijk zo ver is: ik heb een delirium. Maar dan realiseer ik me dat Terrorist. nr 1 op de overloop met zijn zaklampje staat te zwaaien. Het zaklampje dat hij heeft gekregen om ‘s nachts, stil en geruisloos dus, mee te nemen naar de wc als hij moet plassen. Rillend van de kou en het slaapgebrek gluur ik om een hoekje van de trap naar beneden. Daar staan de Terroristen een showtje weg te geven. Mijn dochter staat wild dansend in de spotlights van haar grote broer, die haar vakkundig bijschijnt en onderwijl een zelfverzonnen lied zingt. Buiten is het nog pikdonker en doodstil. Zelfs de kippen zitten nog op stok. Ik heb al eerder overwogen de Terroristen in het kippenhok te laten slapen. Op het kinderdagverblijf van Terrorist nr. 2 slapen de babies ook buiten in houten hokjes. Daar kan ik dan altijd mee schermen als de buren de kinderbescherming bellen.

Al vijf jaar lijd ik aan chronisch slaaptekort. Vijf jaar. Het is dus een klein wonder dat ik nog niet aan het hallucineren ben geslagen (hee, is dat een roze olifant…?). Slaaponthouding is tenslotte een beproefde martelmethode in oorlogssituaties, maar nog steeds ben ik niet geknapt. Dat bewijst dus maar: het moederschap heeft een commando van mij gemaakt en als het met het schrijven niet meer lukt, kan ik me altijd nog laten omscholen tot Navy Seal. Ik vind dat ik inmiddels op z’n minst een lintje verdien. Of een jaar gratis Nespresso. Vooral als ik George Clooney daar dan bij geleverd krijg. Want dan zit je op zondagochtend op 06.00 uur toch wat lekkerder aan de koffie.

De eerdere delen uit de niet-slapen-saga gemist? Lees het vanaf het begin:

Slaap kindje, slaap (deel 1)
Slaap kindje, slaap (deel 2)
Slaap kindje, slaap (deel 3)
Slaap kindje, slaap (deel 4)

Share

3 Comments on Slaap kindje, slaap (deel 5)

  1. sabine
    3 november 2015 at 08:53 (2 jaar ago)

    Mijn jongste pakt dat op dezelfde manier aan als jouw oudste.

    Gaaaaap.
    Sterkte vandaag.

    Beantwoorden
  2. marlies
    4 november 2015 at 11:31 (2 jaar ago)

    Het is best grappig (al vind je dat wellicht niet echt). Ik neem aan dat je belonen en straffen ook al geprobeerd hebt?

    Beantwoorden
  3. Ada
    7 november 2015 at 21:08 (2 jaar ago)

    Slaap moeder, slaap. Ik zou het zo met je kunnen meezingen. Zelfs nu zorgkind al ruim 6 jaar uit huis is. Het slapen verleerd, zeg maar…..

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *