Slaap kindje, slaap (deel 3)

Onlangs vertelde ik aan een vriendin dat manlief ik en tegenwoordig het genoegen hebben te kunnen doorslapen. Dat de Terroristen eindelijk ‘s avonds om 19.00 uur hun bed in gaan en daar dan 12 uur lang muisstil in blijven liggen. Dat wij samen aan tafel een smakelijke maaltijd kunnen gebruiken, vervolgens met een glas wijn een goed gesprek kunnen voeren op de bank en dan rond middernacht ons bed in rollen, om vervolgens een zalige 7 uur te kunnen slapen. Nou geldt in ouderland de ongeschreven regel dat je het niet hardop uitspreekt als je kroost eindelijk doorslaapt. Niet alleen omdat dat wreed is ten opzichte van de ouders die nog wél de wallen op hun knieën hebben hangen, maar vooral omdat je een vloek over jezelf uitspreekt, zodra je het woord ‘doorslapen’ over je lippen laat rollen. Ik begrijp dan ook niet zo goed waarom ik me de ouderschapsstatuten niet meer kon herinneren op die onfortuinlijke middag. Waarschijnlijk was ik dronken van geluk.

Diezelfde avond bracht ik mijn dochter naar bed. Ik las haar een verhaaltje voor, bracht daarna zoals iedere avond ‘Klein, klein kleutertje’ ten gehore en ging likkebaardend naar beneden, waar manlief in de keuken stond. Terwijl mijn echtgenoot mij een glas droge witte in mijn handen drukte, hoorde ik de babyfoon kraken. Na mijn eerste slok begonnen de lampjes op de monitor vervaarlijk te knipperen en klonk er een klaaglijk “Mamaaa…” door de kamer. Even wisten we niet wat te doen. Dit hadden we tenslotte al een tijdje niet meer meegemaakt. Maar, de mens is een gewoontedier en dus herinnerde ik me al snel het protocol en klom terug de trap op, alwaar ik Terrorist nr. 2 verontwaardigd rechtop in haar ledikant aantrof. Met één hand arrogant in haar zij en de ander met priemend vingertje waarschuwend omhoog geheven, keek ze me aan en deelde vastberaden mee: “Ik ga niette slapen, mama!”. Op dat moment wist ik dat de vloek was in gegaan.

Tegen 22.00 uur zat manlief, stilletjes huilend en met zijn hoofd in zijn handen, wiegend naast de babyfoon. Zijn zorgvuldig geprepareerde tonijnsteaks lagen inmiddels afgekoeld en uitgedroogd al uren op onze borden aan de eettafel. Terwijl hij live kon mee luisteren naar mijn zoveelste versie van ‘Dikkertje Dap’ op de kinderkamer, waar ik tevergeefs probeerde Terrorist nr. 2 in slaap te wiegen, overwoog hij even de fles Sauvignon maar gewoon rechtstreeks aan zijn lippen te zetten. “Nu moet het maar eens afgelopen zijn!” viel hij uit toen ik voor de 60ste keer die avond probeerde naar beneden te komen, onze dochter in blinde woede gillend in haar bed achterlatend. “Ik zet de babyfoon uit!”. Klik. Stilte. Trillend liet mijn echtgenoot zich op de bank zakken, de zweetdruppels parelend op zijn voorhoofd. Een aanval van post traumatische stress, zoveel was wel duidelijk. Vier jaar chronisch slaaptekort laat nou eenmaal zijn sporen na.

Slaapkindjeslaap_3Uiteindelijk konden we rond middernacht naar bed. Niet lichtelijk beneveld van de wijn en goede gesprekken dit keer, wél half doof van het gekrijs. Bij een laatste check op de kinderkamer bleek dat Terrorist nr. 2 uiteindelijk toch had gecapituleerd, maar nog wel een laatste statement had gemaakt, door uit pure pisnijd al haar spenen en knuffels door de hele kamer te hebben gesmeten. Zelf lag de uitgeputte strijdster sabbelend op haar duim vredig te slapen. Hand in hand gingen manlief en ik onder zeil, met voor ons geestesoog woelige flashbacks van de afgelopen vier jaar. Het trauma was tenslotte nog behoorlijk vers.

Na krap vijf uur slapen bleek onze dochter echter alweer klaar voor een nieuwe dag aan het front. “Ma-maaah! Ik wil een liedje singeeeh!” schalde het over de overloop. Schuimbekkend schoot manlief naast mij overeind. Terwijl ik nog probeerde de randen van zijn boxershort te grijpen om hem tegen te houden, marcheerde hij het ouderlijk bed uit. “Jongedame!” klonk het vervolgens bars en buitengewoon 50’er jaren vaderlijk aan de andere kant van de muur, “Dergelijk gedrag kan ik helaas niet tolereren! Je moet nu maar eens gaan luisteren naar papa!”. Terwijl ik probeerde mezelf te smoren met mijn kussen, werd het heel even stil. Een enkele seconde was ik in de veronderstelling dat onze peuterdochter misschien eindelijk voor rede vatbaar was geworden. Helaas was dit geluksmoment van korte duur. “Papa, dan ga ik lekker self wel naar beneeduh!” klonk het stellig uit de kinderkamer, gevolgd door iets dat klonk als een worsteling en manlief die uitriep: “Desnoods timmer ik een deksel op dat ledikant!”. Sinds onze verhuizing naar het platteland is hij behoorlijk klusbekwaam, dus ik ga ervan uit dat hij voornemens is dit dreigement in de praktijk te brengen.

Ik heb manlief maar niet verteld dat het mijn schuld is dat ons nieuw verworven doorslaapgeluk alweer voorbij is. Waarschijnlijk moet ik dan van hem namelijk op de kinderkamer gaan slapen, waar hij zijn dochter en mij iedere nacht in opsluit, terwijl hij de babyfoon in de tuin begraaft. Daarom richt ik mij hierbij stilletjes tot de slaapgoden: de boodschap is luid en duidelijk overgekomen, ik zal mij voortaan weer netjes houden aan het reglement. Als ik met mijn hand op mijn hart beloof nooit meer een dergelijke misstap te begaan, wilt u dan alstublieft de vloek weer opheffen? Mijn geestelijke gesteldheid hangt ervan af.

Bij voorbaat dank.

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *