Onoverwinnelijk

Oct18_2014_3Laatst waren manlief en ik op de verjaardag van een vriendin in Amsterdam. De middag hadden we doorgebracht in het centrum, slenterend langs de grachten, luierend op terrasjes, terwijl de stad lag te baden in de zon op die onwaarschijnlijk mooie oktober-dag. Het was één van die zeldzame, zorgeloze momenten waarop het lijkt alsof het leven heel even stil staat. Alsof de realiteit je even ontglipt. Alsof er heel even alleen maar dat is: zon, witte wijn, je voeten in een paar nieuwe hoge hakken. ‘s Avonds, na een copieus diner en een hoop verjaardagsvrolijkheid, namen manlief en ik weer afscheid van de stad. Bij het verlaten van het café kuste ik de moeder van mijn vriendin gedag. Ik had haar die avond nog niet gesproken. “Dag kind” zei ze, “Hoe gaat het?”. Ik knikte, lachte en zei: “Goed”. Ze keek me even onderzoekend aan. “Ja?” was haar antwoord en wachtte af. Ik keek haar aan en wist het eventjes niet meer. “Die MS” rolde er toen plotseling uit mijn mond, terwijl ik een brok in mijn keel voelde zwellen, “Dat is wel kut”. Als iemand die je heeft zien opgroeien je na 32 jaar vastpakt en je weer ‘kind’ noemt, is het blijkbaar moeilijk om je groot te houden.

In de auto terug naar huis kijk ik naar buiten. Ik zie mijn eigen reflectie in het raam en voel een traan over mijn wang rollen. Manlief zit zwijgend naast me aan het stuur. Hij glimlacht in zichzelf, neuriet mee met de muziek op de radio. Ik wil hem niet aankijken, hij mag niet zien dat ik stiekem huil. Het was een mooie dag, dus waarom dan nu opeens die tranen? Haar vraag blijft door mijn hoofd spoken: “Hoe gaat het?”. Ik weet het antwoord niet. Ik zeg dat het goed gaat, maar hoe waar is dat eigenlijk? Vandaag gaat het goed. Vandaag wel. Vandaag heb ik rechtop in de zon gestaan. Op hakken de halve stad doorgelopen. Mee gedanst met de bezoekers van het Amsterdam Dance Event, die om vijf uur ‘s middags al dronken in het Westerpark zaten. Maar is dat morgen ook nog zo? Ik wil het graag geloven. De realiteit is echter: ik weet het niet. Ik heb MS. Misschien kan ik morgen niet meer lopen.

Tot voor kort dacht ik dat ik onoverwinnelijk was. Sterk, gezond, onverwoestbaar. Sta je ooit echt stil bij je eigen vergankelijkheid als je er niet keihard mee om je oren geslagen wordt? Ik in ieder geval niet. Ja, mensen worden ziek. Mensen gaan dood. Andere mensen. Ik niet. Natuurlijk niet. Maar nu…? Soms kijk ik naar mijn naakte lichaam in de spiegel en heb het gevoel dat het niet langer van mij is. Twee kinderen gebaard en weinig veranderd. Een sterk lijf, zonder littekens van het leven. Aan de buitenkant in ieder geval. Maar van binnen is het blijkbaar kapot. Opeens. Zomaar. Soms word ik ‘s ochtends wakker met pijn. Mijn ledematen doen niet wat ik wil, ik moet mezelf uit bed slepen. Mijn benen trillen, mijn handen tintelen. Geen evenwicht meer. Ik houd mijn adem in, bang dat het dit keer niet meer overgaat. Dat doet het wel. Altijd. Tot nu toe. Maar het hangt er wel, dat zwaard van Damocles. Ik hef mijn hoofd en wacht tot het valt.

Oct18_2014_4Ik ben niet ziek. Ik wil niet ziek zijn. Ik kijk naar mezelf en geloof het niet. Ik ben wel ziek. Ik moet wel ziek zijn. De wetenschap zegt het immers. Iets knaagt zachtjes aan mijn hersenen, de plekken op mijn brein staan zwart op wit. De kortsluiting in mijn hoofd neemt mijn lijf soms van me af en ik kan niet anders dan hopen dat de MS het me weer terug geeft. Mensen vragen of ik in een rolstoel moet, kijken naar me alsof ik ieder moment uit elkaar kan vallen. Ik weet niet of ik beledigd moet zijn, of verdrietig. Hoezo een rolstoel? Ik sta toch nog, zij het soms misschien wat wiebelig. Ik zie manlief bezorgd kijken als ik over mijn pijnlijke handen wrijf. Hij is bang, hij zegt het niet, maar ik zie het in zijn ogen. Bang voor mijn verval, voor wat er misschien komen gaat. Ik haat zijn angst. Blijkbaar ben ik opeens breekbaar geworden. Ik bekijk mezelf door zijn ogen, maar zie niet dezelfde vrouw als hij. Want breekbaar ben ik toch nooit geweest?

Soms lig ik ‘s nachts wakker. Probeer iedere centimeter van mijn lichaam te voelen. Om te kijken of ik er nog de baas over ben. Terwijl manlief rustig naast me slaapt, vraag ik me af of ik ook bang ben. Heel even denk ik dan van wel. Want blijkbaar valt het dus wel tegen met die onverwoestbaarheid. Ben ik brozer dan ik mezelf had voorgehouden. Maar zijn we dat niet stiekem allemaal? Ziek of niet? En misschien is dat niet eens zo erg. Het had tenslotte ook een hersentumor kunnen zijn. Een beroerte. Of nog erger. Mensen krijgen kanker, mensen gaan dood. Andere mensen. Ik niet. Ik heb MS. De ziekte steelt weliswaar af en toe mijn lichaam, maar mijn leven krijgt het niet. Het kan altijd erger en dus heb ik geluk gehad. Want is er iemand die helemaal ongeschonden door het leven komt? Ik betwijfel het. 32 Jaar lang ben ik onoverwinnelijk geweest. Misschien is het dan nu tijd om kwetsbaar te zijn. Ik geloof niet dat ik er bang voor ben. Maar wennen is het wel.

Ja, soms heb ik even medelijden met mezelf. Want misschien kan ik morgen niet meer lopen. Dat is oneerlijk. Van onoverwinnelijk naar breekbaar. Zo keihard van je eigen voetstuk vallen is misschien nog wel pijnlijker dan die littekens op mijn hersenen. Maar ik hef mijn hoofd omhoog, kijk in de oktoberzon. Vandaag loop ik nog wel. Voel ik het gras nog onder mijn voeten. Nu sta ik nog op hoge hakken op de Amsterdamse grachten. Spring ik met mijn kinderen op de trampoline. Nu, meer dan ooit, is alles nog mogelijk. Count your blessings. Carpe diem. Vraag het me nog maar eens: hoe gaat het? Ik weet het antwoord eigenlijk wél: goed.

Share

2 Comments on Onoverwinnelijk

  1. aura
    29 oktober 2014 at 19:09 (3 jaar ago)

    Ik voelde mijn ogen prikken na het lezen van deze post. Carpe diem, Stadsmeisje

    Beantwoorden
  2. Marjolijn
    30 oktober 2014 at 22:26 (3 jaar ago)

    Mooi klote. Carpe diem. Inderdaad

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *