Trots

Vandaag ben ik een trotse moeder. Terrorist nr. 1 zou kerstontbijt hebben op school. Hij had zich er al dagen op verheugd. Maar vanmorgen kwam hij niet goed uit bed. We zagen het meteen. Grote ogen, fladderende handjes, een boze stem. Dan weet je dat het mis is. Wie een tijdje met een autist samenwoont, herkent de signalen na verloop van tijd meteen. Binnen een half uur was de eerste driftbui een feit. Terwijl manlief onze zoon naar zijn kamer droeg, dacht ik even na. Heel even maar, want eigenlijk lag het antwoord voor de hand. Eenmaal weer beneden wenkte ik onze zoon. Nam hem op schoot en aaide zachtjes door zijn haar. “Wat is er dan?” vroeg ik zacht, “Is het het kerstontbijt? Wil je eigenlijk niet?”. Zijn onderlip begon te trillen, de tranen stroomden over zijn wangen. “Ik vind het veel te druk” kwam er met horten en stoten uit. Ik knikte en nam zijn hoofd in mijn handen. “Dan blijf je lekker thuis”. Hij zuchtte, snikte nog wat na. Opluchting. Ik glimlachte. Want: wat zijn we ver gekomen.

TrotsNog geen half jaar geleden was dit niet mogelijk geweest. Had de drift de overhand genomen en hadden wij niet geweten waarom. Het lijkt zo simpel en onschuldig: een kerstontbijt op school. Zes kindjes, een mandje krentenbrood en een paar potjes met waxinelichtjes op tafel. Maar voor Terrorist nr. 1 is het iets groots. Iets engs. Iets onbekends. Want wat betekent kerstontbijt? Gaat het dan anders dan normaal? Gaan ze niet eerst in de kring? En daarna fruit eten? Waarom dan? Is dat eigenlijk wel leuk? Ja, best wel. Of nee, eigenlijk niet. Want het is anders dan normaal. En anders is eng. Onveilig. En dus is er verwarring. Paniek. Wanorde in het hoofd van onze zoon. Hij slaat om zich heen. Letterlijk. Slaat de spanning van zich af. Tot voor kort in ieder geval. Dan konden wij niks anders dan de klappen opvangen. Figuurlijk, maar soms ook wel letterlijk. Je stond erbij en keek ernaar.

Een half jaar geleden had ik niet durven dromen dat we nu hier zouden staan. Met aan onze hand een jongetje dat opeens zijn drift de baas is. Meestentijds, in ieder geval. De eerste keer dat hij naar me toe kwam en zei: “Mama, het is zo druk in mijn hoofd” moest ik echt even slikken. Want: wat een prestatie van mijn Terrorist. Steeds meer krijgt hij de regie over zijn eigen emoties, in plaats van dat die hem overheersen. Ik vind het ongelooflijk knap. Mijn zoon is 4 jaar, autistisch en opeens in staat het heft in eigen handen te nemen. Nee te zeggen tegen de chaos in zijn hoofd, de onrust in zijn lijf. Pas op de plaats te maken en te zeggen: ik doe hier niet aan mee. Ik bepaal. Dit is míjn leven. Daar kunnen zelfs sommige volwassenen nog een puntje aan zuigen.

Een half jaar geleden dacht ik dat het nooit meer goed zou komen. Zat ik huilend bij de kinderpsychiater, omdat ik aan het eind van die tunnel echt geen licht meer zag. Driftbuien, strijd, onbereikbaarheid, iedere dag opnieuw. Ik was moe, uitgewrongen. Terrorist nr. 1 was bang, verdrietig. We riepen zo hard om elkaar, maar konden elkaar toch niet verstaan. Wat waren we alleen. De toekomst was een groot zwart gat, ik durfde er niet aan te denken. Wat zou ons voorland zijn? Ruzies, onbegrip, eenzaamheid? De angst sloeg me soms om het hart. Want hoe moest het ooit nog goedkomen, met ons jongetje dat het zo moeilijk had? Dat de wereld niet snapte? Dat door zijn eigen ouders niet begrepen werd? Er zo enorm alleen voor stond. Want: hoe overleef je in een wereld waarin jij een andere taal spreekt dan de rest?

Dec18_2014_1En daarom ben ik nu zo trots. Omdat mijn zoon zijn best doet om mijn, onze, taal te leren. Omdat hij zo hard werkt om zich verstaanbaar te maken. En omdat het lukt. Echt lukt. Ik zie hem groeien, iedere dag weer. Ik versta hem nu, heb soms zelfs aan een half woord al genoeg. Het lucht hem op, hij wordt gehoord. Ook als hij kromme zinnen maakt. Misschien ben ik ook wel gegroeid, leer ik beter luisteren. Spreek ik zelf inmiddels ook een klein beetje zijn taal. En zo ontmoeten we elkaar dan in het midden, reiken elkaar de hand. Wederzijds begrip. Geen woordenboek meer nodig. Dat licht, aan het eind van die tunnel, is nu dan toch te zien.

Vallen en opstaan zal het blijven. De strijd tegen zijn autisme is echt nog niet gestreden. Maar die eerste slag, die hebben we alvast gewonnen. En dat daarbij het kerstontbijt dan sneuvelt, is jammer maar helaas. Iedere strijd eist immers slachtoffers. Echter, iedere oorlog kent ook winnaars en onze zoon is hard op weg zijn tegenstander de baas te worden. Opnieuw sta ik erbij en kijk ernaar. Maar oh, wat is uitzicht nu plotseling mooi. Ik ben een trotse moeder.

Share

1 Comment on Trots

  1. aura
    9 januari 2015 at 11:59 (10 jaar ago)

    Zo mooi beschreven. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Hoera voor de kleine Aidan! Een post waar veel andere ouders inspiratie en hoop uit kunnen putten.

Leave a Reply

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.