Tunnelvisie

Onlangs stond er in Trouw een artikel over een autistisch meisje. Zij had de reguliere basisschool succesvol doorlopen en zat nu in de tweede klas van het gymnasium. Dit was hoogstwaarschijnlijk niet gelukt als zij niet op een basisschool terecht was gekomen die bereid was zich te verdiepen in haar stoornis en tegemoet te komen aan haar specifieke manier van denken en leren. In het artikel spraken ouders en schooldirectie zich uit over het belang van samenwerking en het accepteren van mensen die niet precies binnen de gebaande paden wandelen. Het meisje in dit verhaal had het Syndroom van Asperger, dezelfde vorm van autisme als Terrorist nr. 1 heeft. Een lichtpuntje in de duisternis, voor ouders zoals manlief en ik. Een teken dat het dus wél kan, autistisch zijn, maar toch normaal meedraaien in de maatschappij. Maar ook: met je neus op de feiten van de schrijnende werkelijkheid gedrukt worden. Want blijkbaar is de open blik en welwillendheid van deze school zó’n unicum dat het de krant haalt.

June27_2014_6Toen Terrorist nr. 1 nog naar een reguliere peuterspeelzaal ging, kregen wij op een dag opeens een duimendik rapport door de brievenbus geschoven door één van de leidsters. Toen ik de deur open deed had deze overigens al de benen genomen, een kleine toelichting was blijkbaar teveel gevraagd. In het rapport was te lezen dat men tot de conclusie was gekomen dat onze zoon een debiel was. Het stond er weliswaar niet met zoveel woorden, maar je kon er weinig anders van maken. Volgens de vele gekleurde grafiekjes die het verslag rijk was, kon Terrorist nr. 1 eigenlijk gewoon niks en had hij in de 8 maanden dat hij het schooltje had bezocht ook geen enkele ontwikkeling door gemaakt. Eigenlijk was hij gewoon een uit de kluiten gewassen, kwijlende baby en bovendien ook nog onhandelbaar. Het kwam, op z’n zachtst gezegd, nogal als een verrassing. Niet dat we zelf niet ook al het idee hadden dat er wat met hem aan de hand was, maar voor zover wij met ons lekenoog konden zien was onze, destijds 2.5 jarige, zoon, toch echt wel verder ontwikkeld dan zijn zusje, die toen nog een baby was en dus inderdaad alleen nog maar kwijlend in een hoekje lag. Kan zijn dat wij het verkeerd zien, maar als een peuter van nog geen 3 jaar vragen stelt over hoe het universum in elkaar zit en wat er eigenlijk met je gebeurt als je dood gaat, leek het ons terecht om dat onder de noemer ‘ontwikkeling’ te scharen.

Op de avond dat we bij de dames peuterjuffen verhaal gingen halen smeekte manlief mij om toch vooral redelijk te blijven. Ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik het geprobeerd heb, maar moet toegeven dat ik jammerlijk faalde. “Jaaa” kweelde peuterjuf nr. 1, terwijl ze ons medelijdend aankeek, “hij wil nooit wat de andere kindjes willen, hè. Dat is voor ons zooo lastig te managen, met zoveel kindjes op de groep”. Het klasje bestond uit welgeteld vijf peuters, twee leidsters en een stagiair. Fijntjes heb ik gevraagd of Terrorist nr. 1 soms probeerde om de knutselhoek in de fik te steken. Of misschien zijn luier uittrok en de muren met zijn eigen ontlasting besmeurde. Of dat hij zijn medeleerlingen met een schaar te lijf ging, onderwijl krachttermen scanderend. Terwijl manlief mij onder de tafel probeerde te schoppen, staarden de juffen mij verbouwereerd aan. “Eh…nee, nee natuurlijk niet”, was hun stamelende antwoord. Op mijn volgende vraag of ze zich ervan bewust waren dat de meeste peuterspeelzalen in Amsterdam klassen van 20 kinderen hebben, waarvan minstens de helft uit probleemgezinnen komt en ze dientengevolge meestal een Stanleymes of een paar gram wiet in plaats van een appeltje in hun rugzak hebben zitten en dat dát pas ‘lastig managen’ is, kwam geen respons. Ik ga ervan uit dat in ieder geval die ene leidster na het gesprek met ons overspannen is geraakt. Dat was ze in die afgelopen acht maanden sowieso al drie keer geweest (logisch natuurlijk, want drie keer per week een ochtendje liedjes zingen met vijf kinderen moet inderdaad wel een hondenbaan zijn) en nu ze met de moeder van het addergebroed dat haar klas terroriseerde te maken had gehad, denk ik dat ze zich maar meteen afgekeurd heeft laten verklaren.

Als het aan de betreffende school had gelegen, was Terrorist nr. 1 ergens achterin de klas gezet en er nooit meer vandaan gekomen. Zijn basisschool-tijd had hij waarschijnlijk eenzaam doorgebracht, met slechte scores en een steeds verder groeiend minderwaardigheidsgevoel. Hoe kan het toch dat er zo vaak niet verder gekeken wordt dan de neuzen lang zijn? Ik kan er zelf over meepraten. Rekenen kan ik namelijk niet en dat zorgde voor redelijk wat problemen op school. Al gauw liep ik ettelijke boekjes achter en werd ik door de meester zuchtend als ‘dom’ bestempeld. Ik moest in de pauze mijn werk inhalen met deze man hijgend in mijn nek, terwijl hij ongeduldig: “Jezus, snap je het nou nog niet?!” riep. Na jaren van particuliere bijles en testen bij een prijzig instituut bleek ik Dyscalculie te hebben. Je kunt mij dus breuken laten maken tot ik een ons weeg, maar voor mij blijft het gewoon een onbegrijpelijke cijferbrij. Op de middelbare school ontving ik huilend de ene 3 na andere voor mijn natuurkunde proefwerken, terwijl de docent mij ten overstaan van de gehele klas belachelijk maakte. Gelukkig had ik een hele lieve klas en de school bovendien een geweldige rector die de natuurkundeleraar aan het eind van het jaar dwong een 5.5 op mijn rapport te zetten, zodat ik toch overging en ik het volgende jaar alle bètavakken kon laten vallen. Zonder die man had ik nu nog steeds in 2 Havo gezeten.

Sept3_2014_3We sturen onze kinderen naar school, in de veronderstelling dat de mensen daar weten wat ze doen. Niet alleen dat ze de nieuwe generatie volwassenen gestaag door de leesplankjes, de tafels en de Duitse naamvallen heen loodsen, maar ook dat ze zien dat niet ieder kind op dezelfde manier leert. Dat iemand soms nét iets anders nodig heeft om wel te kunnen snappen wat de Stelling van Pythagoras inhoudt. Meer tijd misschien. Een koptelefoon om geluid te dempen. Of een proefwerk dat voorgelezen wordt, in plaats van op papier staat. Niet omdat je stiekem dom bent, of recht hebt op meer privileges dan anderen. Maar gewoon, omdat je een individu bent en het menselijk brein nou eenmaal geen eenheidsworst.

Als het in de huidige maatschappij zo belangrijk is dat we allemaal op de toppen van onze kunnen presteren, waarom worden de talenten van zoveel kinderen dan zonder pardon van tafel geveegd, simpelweg omdat ze er geen genoegen in scheppen om twee uur hamertje tik te spelen, of omdat ze de letters steeds maar omdraaien en daarom drie uur over een proefwerk doen? Als ik heden ten dage op school had gezeten, weet ik zeker dat ik het niet had gered. En hoewel ik niet zal beweren dat ik kan wedijveren met Einstein, ben ik, ondanks mijn blinde vlek als het om cijfers gaat, toch echt niet achterlijk.Ik ken een aantal leerkrachten en van allemaal weet ik dat dit mensen zijn die zich enorm inzetten voor de kinderen die ze in hun schoolbanken krijgen. Dus is het allemaal kommer en kwel? Nee, want ik weet dat ze er zijn: de juffen en meesters die een kind echt zíen. Ik hoop maar dat Terrorist nr. 1 er straks zo eentje treft, als hij naar het regulier onderwijs gebonjourd wordt. En dat dit soort mensen heel snel niet meer in de minderheid zijn. Dan kunnen de journalisten zich weer met andere dingen bezig houden. Want een school die rekening houdt met zijn leerlingen, dat zou toch eigenlijk geen nieuws moeten zijn.

Share

3 Comments on Tunnelvisie

  1. Margriet
    1 oktober 2014 at 17:13 (3 jaar ago)

    Goed beschreven. Wat een ongelofelijk onprofessionele zet om zo’n rapport maar even gauw door de brievenbus te duwen. Zelf heb ik ook een paar jaar in het onderwijs gewerkt en ik vind het wel een moeilijke questie. Ik viel op een gegeven moment in bij een groep 7 met 30 kinderen waarvan 2 autistische kinderen, 1 kind met ADHD, drie kinderen met dyslectie en 1 met dyscalculie. Ik vond echt dat ik de kinderen tekort deed, omdat ik onmogelijk al mijn aandacht kon verdelen over alle kinderen waarbij de aanpak voor de een niet altijd aansloot op de ander. En dat het voor een aantal kinderen misschien wel beter was geweest als ze op het speciaal onderwijs zouden zitten, met kleinere klassen, minder prikkels en meer regelmaat. Wat ik er moeilijk aan vind is dat je graag kinderen wil laten voelen dat iedereen anders is, maar dat iedereen er bij mag horen, maar ondertussen ook alle kinderen op hun eigen niveau les wil kunnen geven. Misschien moeten er op de reguliere scholen gewoon wat meer mogelijkheden komen voor deze kinderen.

    Beantwoorden
  2. Vala van den Boomen
    1 oktober 2014 at 17:41 (3 jaar ago)

    Dag Margriet,

    Bedankt voor je reactie. Je hebt gelijk hoor, het is ook enorm lastig om alle kinderen in een klas de aandacht en specifieke handvatten te bieden die ze nodig hebben. Denk dat zowel de school als de leerlingen vaak water bij de wijn zullen moeten doen om tot een acceptabel, werkend compromis te komen waar iedereen zoveel mogelijk baat bij heeft.
    Wat me voornamelijk stoort is dat er helaas vaak niet echt goed gekeken wordt naar wat er nou eigenlijk met zo’n kind aan de hand is en wat zijn/haar potentie is. Dat vind ik zonde en oneerlijk. Een stoornis of leerprobleem hebben betekent niet dat je dan ook maar gelijk minder in je mars hebt. Zeker met het ‘Passend Onderwijs’ wat eraan komt (waar ik overigens nogal op tegen ben) lijkt het me belangrijk dat de oogkleppen eens af gaan en er beter gekeken wordt naar wat de kinderen nodig hebben, in plaats van te varen op wat er gemiddeld gepresteerd zou moeten worden op een bepaalde manier.

    Beantwoorden
  3. X
    5 maart 2015 at 20:58 (3 jaar ago)

    Geachte,
    Ik heb nu enkele passages van uw blog gelezen, indien u tijd heeft zou u mij een mail kunnen sturen? Ik zou graag wat vragen willen stellen betreffende mijn dochter van 3,5. Bedankt

    Beantwoorden

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *