Spookhuis

Het is een geliefd scenario in het horrorgenre: stads yuppengezin verhuist naar het platteland om hun hectische leven een andere wending te geven. Vader en moeder kopen een vervallen huis aan de rand van het bos en slepen hun twee kinderen tegen wil en dank mee. De eerste avond in het nieuwe stulpje wordt al duidelijk dat er onheilspellende krachten aan het werk zijn. Zoon en dochter horen onverklaarbare voetstappen op zolder, de lampen flikkeren en er lijkt een zweem van gefluister door het trappenhuis te gaan. Als kijker wist je het al voordat ze één voet over de drempel van het huis hadden gezet: dat loopt nooit goed af. Misschien hadden manlief en ik meer horrorfilms moeten kijken. Dan hadden we misschien beter nagedacht voor we onze ziel verkochten aan een Achterhoekse griezelboerderij.

Sept2_2014_1We hebben namelijk een spook. Terrorist nr. 1 had het als eerste in de gaten. “Mama, er zit een monster onder mijn bed” riep hij al een hele tijd bij het slapengaan. Pedagogisch verantwoord als we zijn openden manlief en ik de complete trucendoos: geruststellen, denkbeeldige monsters verjagen en uiteindelijk een streng gesprek over de noodzaak van het op tijd naar bed gaan. Het mocht echter niet baten. ‘s Ochtends stond Terrorist nr. 1 op en verkondigde tussen neus en lippen door aan de ontbijttafel: “Hij was er weer, hoor”. Toen Terrorist nr. 2 op een gegeven moment instemmend begon te knikken, raakten we écht geirriteerd. Want iedere avond twee keer op monsterjacht, is toch teveel van het goede. Er stond tenslotte al dagen een fles prosecco koud en tegen de tijd dat we genoeg reinigende wierrook hadden gebrand om de Terroristen te overtuigen van een spookvrije nacht, was het voor onszelf ook al bijna bedtijd.

Maar toen mijn moeder laatst ook beweerde vreemde geluiden te horen in het holst van de nacht, begon ik me toch zorgen te maken. En ik moest toegeven dat er inderdaad raadselachtige dingen gebeurden. Zo legden de kippen opeens geen eieren meer. Wekenlang konden we rekenen op 6 eieren per dag, maar opeens bleef het legkistje akelig leeg. Vreemd geritsel in het struikgewas in de tuin en krakende planken op zolder, terwijl er daar niemand komt. En toen begon het geluid. Eerst nog zacht, als een windvlaag die langs je oor strijkt. Maar iedere nacht wat harder, totdat we uiteindelijk sidderend rechtop in bed zaten in het pikdonker. Ik ben nogal nuchter ingesteld, maar als er ‘s nachts van zolder gegil komt alsof er iemand vermoord wordt, wilde je toch dat je ‘The Sixth Sense’ nooit gezien had.

Lucht_2De mensen van wie we dit huis hebben gekocht, waren weliswaar heel oud toen de koopakte getekend werd, maar toch nog onder de levenden. Het leek me dus onwaarschijnlijk dat we bezocht werden door een wrokkige Achterhoekse boer, die zijn boerderij liever niet aan een stel stedelingen had verkocht. Terwijl ik op zoek ging naar de diepere historische achtergrond van dit huis, in de verwachting te ontdekken dat er minstens een middeleeuws massagraf onder mijn eikenhouten vloer verborgen lag, reeg manlief vast voor iedereen een ketting van knoflooktenen en kocht een familiezak zout om een cirkel rondom de boerderij te strooien. Tegen geesten kun je niet zo heel veel beginnen, maar voor vampiers en heksen zijn er tenslotte wel wat barricades op te werpen. En wij zijn nou eenmaal graag goed voorbereid.

Intussen zocht mijn vader de oorzaak van het gespook in meer natuurlijke richting. Dat is het voordeel van samenwonen met mensen die al eens tien jaar op een berg in Frankrijk hebben gewoond. Want ons spook is namelijk geen boze bezoeker uit het hiernamaals en ook geen afgezant van Dracula of Eucalypta, bleek nadat mijn vader zich door al zijn natuurgidsen heen had geworsteld. We hebben er alleen een extra huisdier bij: een marter, of een hermelijn. Die gillen net zo hard als Terrorist nr. 2, zijn gek op eieren en nemen graag hun intrek op schemerige rommelzolders. Tja, misschien hebben manlief en ik ons een beetje laten meeslepen door onze fantasie, maar ik vind dat we een excuus hebben. In Amsterdam kwamen we niet verder dan af en toe een uit de kluiten gewassen muis achter de koelkast. En wij, als nog afkickende stedelingen, zijn namelijk wel veel nachtelijk lawaai gewend, maar het geschreeuw van je dronken buurman op straat klinkt toch anders dan gekrijs aan de bosrand.

Ik denk dat ik maar samen met de Terroristen op scouting moet. Dan kan ik misschien weer rustig slapen straks. Dat Ouija Board zal ik maar terugbrengen. Want straks hebben we dat beest verjaagd, maar krijgen we er een Achterhoekse geest voor terug. Je moet tenslotte geen slapende honden wakker maken…

Share

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *